Geschiedenis Podcasts

Democratische Partij

Democratische Partij

De Democratische Partij ontstond in de jaren 1790 onder Thomas Jefferson in oppositie tegen de Federalistische Partij. Het kreeg aanvankelijk de meeste steun van zuidelijke planters en noordelijke boeren. Zijn goede organisatie en populaire aantrekkingskracht hielden het voor het grootste deel van de tijd aan de macht tussen 1825 en 1860. Dit omvatte John Quincy Adams (1825-1829), Andrew Jackson (1829-37), Martin Van Buren (1837-41), James Polk (1845-49) en Franklin Pierce (1853-47). en James Buchanan (1857-1861).

De Republikeinse Partij werd in 1854 in Ripon, Wisconsin opgericht door een groep voormalige leden van de Whig Party en de Free-Soil Party. De oorspronkelijke oprichters waren tegen slavernij en riepen op tot de intrekking van de Kansas-Nebraska en de Fugitive Slave Law. Vroege leden vonden het belangrijk om het nationale belang boven het sectiebelang en de rechten van individuele staten te stellen.

In de daaropvolgende jaren ontpopte de Republikeinse Partij zich tot de belangrijkste oppositiepartij van de Democratische Partij in het Noorden. Het had echter weinig steun in het Zuiden. De eerste presidentskandidaat van de partij was John C. Fremont in 1856, die 1.335.264 stemmen won, maar werd verslagen door de Democraat James Buchanan.

In de jaren 1860, Thomas Nast, van Harper's Weekly, ontwikkelde het idee van de politieke cartoon. Nast ontstond het idee om dieren te gebruiken om politieke partijen te vertegenwoordigen. In zijn cartoons was de Democratische Partij een ezel en de Republikeinse Partij een olifant.

Tijdens het presidentschap van James Buchanan waren de Democraten verdeeld over de kwestie van de slavernij. Op zijn conventie in Charleston in april 1860 was Stephen A. Douglas de keuze van de meeste noordelijke democraten, maar hij werd tegengewerkt door die in het diepe zuiden. Toen Douglas de nominatie won, besloten zuidelijke afgevaardigden om nog een conventie in Baltimore te houden en in juni kozen ze John Beckenridge uit Kentucky als hun kandidaat. De situatie werd verder bemoeilijkt door de vorming van de Constitutionele Uniepartij en de benoeming van John Bell van Tennessee als presidentskandidaat.

Abraham Lincoln won de presidentsverkiezingen met 1.866.462 stemmen (18 vrije staten) en versloeg Stephen A. Douglas (1.375.157 - 1 slavenstaat), John Beckenridge (847.953 - 13 slavenstaten) en John Bell (589.581 - 3 slavenstaten).

Na de Amerikaanse Burgeroorlog domineerde de Republikeinse Partij het politieke systeem. De steun van beschermende tarieven kreeg het de steun van machtige industriëlen en de noordelijke stedelijke gebieden. Het was ook populair bij boeren uit het Noorden en het Midwesten en de meeste immigrantengroepen, behalve de Ieren, die de Democraten meestal steunden. Republikeinse presidenten in deze periode waren Ulysses Grant (1869-1877), Rutherhood Hayes (1877-1881), James Garfield (1881) en Chester Arthur (1881-1885).

Grover Cleveland behaalde twee overwinningen voor de Democraten (1885-89 en 1893-97) en dat gold ook voor Woodrow Wilson (1913-23). De Republikeinse Partij bleef in deze periode echter de belangrijkste partij met overwinningen voor Benjamin Harrison (1889-1893), William McKinley (1897-1901), Theodore Roosevelt (1901-1909), William Taft (1909-1913), Warren Harding (1921-1923), Calvin Coolidge (1923-1929) en Herbert Hoover (1929-33).

De Democratische Partij kwam opnieuw op tijdens de Grote Depressie toen Franklin D. Roosevelt in 1932 werd gekozen. Roosevelt werd de enige president die drie keer werd herkozen en twaalf jaar lang (1933-45) diende. In deze periode kregen de Democraten de steun van kleine boeren, vakbonden, liberalen, zwarten en andere minderheden. Na de dood van Roosevelt bleven de Democraten aan de macht onder Harry S. Truman (1945-53).

De Republikeinen kozen in 1952 de oorlogsheld Dwight D. Eisenhower als kandidaat. Tijdens de verkiezingen nam de Republikeinse Partij een sterk anticommunistisch standpunt in en pleitte voor lagere belastingen voor de rijken. Het verzette zich ook tegen burgerrechtenwetgeving die werd voorgesteld door de liberale Democratische kandidaat Adlai Stevenson. Eisenhower won met 33.936.252 stemmen tegen 27.314.922.

De vice-president van Eisenhower, Richard Nixon, werd in 1960 nipt verslagen door John F. Kennedy (1961-1963), die werd gevolgd door een andere democraat, Lyndon B. Johnson (1963-1969).

De kandidaat van de Republikeinse Partij, Richard Nixon, won in 1968, maar moest in 1974 aftreden vanwege het Watergate-schandaal en werd vervangen door zijn vice-president, Gerald Ford (1974-1977). In 1976 werd Ford verslagen door Jimmy Carter (1977-1981).

Hoe kan de Unie worden gered? Er is maar één manier waarop het met enige zekerheid kan; en dat wil zeggen, door een volledige en definitieve regeling, op het rechtvaardigheidsbeginsel van alle vragen die tussen de twee secties aan de orde zijn. Maar kan dit? Ja, gemakkelijk; niet door de zwakkere partij, want die kan uit zichzelf niets doen - zelfs zichzelf niet beschermen - maar door de sterkere. Het Noorden hoeft het alleen maar te willen om het te volbrengen - recht doen door het Zuiden een gelijk recht op het verworven gebied toe te kennen, en haar plicht te doen door ervoor te zorgen dat de bepalingen met betrekking tot voortvluchtige slaven getrouw worden vervuld en om de agitatie van de slavenvraag.

Stephen Douglas gaat ervan uit dat ik voorstander ben van het invoeren van een perfecte sociale en politieke gelijkheid tussen het blanke en het zwarte ras. Dit zijn valse problemen. Het echte probleem in deze controverse is het sentiment van de ene klasse die de instelling van slavernij als een fout beschouwt, en van een andere klasse die het niet als een fout beschouwt. Een van de methoden om het als een fout te behandelen, is ervoor te zorgen dat het niet groter wordt.

Het eerste gezamenlijke debat tussen Douglas en Lincoln, dat ik bijwoonde, vond plaats in de middag van 21 augustus 1858 in Ottawa, Illinois. Het was de grote gebeurtenis van de dag en trok een enorme toeloop van mensen uit alle delen van de staat.

Senator Douglas was erg klein, niet meer dan vier en een halve voet lang, en er was een merkbare wanverhouding tussen de lange romp van zijn lichaam en zijn korte benen. Zijn borst was breed en duidde op grote kracht van de longen. Er was maar een blik op zijn gezicht en hoofd nodig om iemand ervan te overtuigen dat ze niet van een gewone man waren. Geen enkele baard verborg een deel van zijn opmerkelijke, donkere trekken. Zijn mond, neus en kin waren allemaal groot en spraken duidelijk veel durf en wilskracht uit. Het brede, hoge voorhoofd noemde zichzelf het schild van een groot brein. Het hoofd, bedekt met een overvloed aan golvend zwart haar dat net een zweem van grijs begon te vertonen, maakte indruk met zijn massiviteit en leeuwachtige uitdrukking. Zijn wenkbrauwen waren ruig, zijn ogen glanzend zwart.

Douglas sprak eerst een uur, gevolgd door Lincoln gedurende anderhalf uur; waarop de eerstgenoemde in nog een half uur sloot. De Democratische woordvoerder beval een sterke, sonore stem, een snelle, krachtige uiting, een veelbetekenend gelaatsspel, indrukwekkende gebaren en alle andere kunsten van de geoefende spreker.

Wat alle externe omstandigheden betreft, was er niets in het voordeel van Lincoln. Hij had een mager, slungelig, onbeschrijfelijk slungelig figuur, een vreemd gelaatstrekken, gerimpeld, nietszeggend en ronduit onaangenaam gezicht. Hij gebruikte eigenaardig onhandige, bijna absurde, op-en-neer en zijwaartse bewegingen van zijn lichaam om zijn argumenten kracht bij te zetten. Zijn stem was van nature goed, maar hij verhief hem vaak tot een onnatuurlijke toonhoogte.

Maar de onbevooroordeelde geest voelde meteen dat, terwijl er aan de ene kant een bekwame dialecticus en debater was die een verkeerde en zwakke zaak bepleitte, er aan de andere kant een grondig serieuze en waarheidsgetrouwe man was, geïnspireerd door gezonde overtuigingen in overeenstemming met de ware geest van Amerikaanse instellingen. Er was niets in alle krachtige inspanningen van Douglas dat een beroep deed op de hogere instincten van de menselijke natuur, terwijl Lincoln altijd sympathieke koorden raakte. Lincolns toespraak wekte het enthousiasme van zijn publiek op tot het einde.

De Democratische Partij ontleende haar kracht oorspronkelijk aan de aanvaarding van de beginselen van gelijke en exacte rechtvaardigheid voor alle mensen. Zolang het dit principe getrouw in praktijk bracht, was het onkwetsbaar. Het werd kwetsbaar toen het afstand deed van het principe, en sindsdien heeft het zich niet uit eigen kracht, of zelfs van zijn traditionele verdiensten, maar omdat er tot nu toe op het politieke veld geen andere partij was verschenen die het geweten had en de moed om het levensinspirerende principe dat de Democratische Partij opgaf, op te nemen, te erkennen en in praktijk te brengen.

Eindelijk was de Republikeinse Partij verschenen. Het bekent nu, zoals de Republikeinse Partij van 1800 deed, in één woord, haar geloof en haar werken: "Gelijke en exacte gerechtigheid voor alle mensen." Het geheim van zijn gegarandeerd succes ligt in die eigenschap, die in de mond van spotters zijn grote en blijvende domheid en verwijt vormt. Het ligt in het feit dat het een partij is van één idee; maar dat idee is een nobel idee - een idee dat alle edelmoedige zielen vult en verruimt - het idee van gelijkheid - de gelijkheid van alle mensen voor menselijke rechtbanken en menselijke wetten, zoals ze gelijk zijn voor de goddelijke rechtbank en goddelijke wetten.

Het recht dat plechtig is afgekondigd bij de geboorte van de Staten en dat is bevestigd en bevestigd in de rechtsstaten van de staten die later tot de Unie van 1789 zijn toegelaten, erkent ontegensprekelijk in het volk de bevoegdheid om het gezag te hervatten dat is gedelegeerd voor de doeleinden van regering. Zo gingen de hier vertegenwoordigde soevereine staten over tot de vorming van de Confederatie; en het is door het misbruik van taal dat hun daad revolutie werd genoemd.


De verborgen geschiedenis van de Democratische Partij

De gebeurtenissen van 2020 hebben de Amerikanen diep geschokt. Hoe zijn we hier gekomen? Om de vraag te beantwoorden, moeten we het verleden van onze natie onderzoeken, van fouten leren en oplossingen vinden voor problemen waarmee we vandaag worden geconfronteerd.

De Democratische partij heeft een racistische geschiedenis. Hoewel dit niet wordt betwist, hebben ze veel moeite gedaan om het te verbergen, door het uit schoolboeken te wissen en het te vervangen door misleidende propaganda.

Desalniettemin is het goed gedocumenteerd, er is zelfs een 13-delige reeks congresonderzoeken in de Library of Congress uit 1872, getiteld: Report of the Joint Select Committee to Inquire into the Condition of Affairs in the late Insurrectionary States, dat details geeft over de Democratische geschiedenis van de partij en hun connectie met de KKK.

Ten eerste is het belangrijk erop te wijzen dat aandacht vragen voor de racistische geschiedenis van de Democratische partij geen kritiek is op de Democratische kiezers. Het zijn goedhartige mensen, die gewoon een beter leven willen voor hun families en voor hun mede-Amerikanen.

Het is ook geen goedkeuring van politiek rechts. De meeste Republikeinse politici van vandaag zijn marionetten, schatplichtig aan speciale belangen, ze zijn in Washington om gewoon van hun status te genieten.

1829 'De Democratische partij is opgericht op een platform van individuele rechten, staatssoevereiniteit en pro-slavernij.

1830 De Democratische president Andrew Jackson stelt de Indian Removal Act in, die de inheemse bevolking dwong hun thuisland te verlaten. (Pad van tranen)

1854 – de Republikeinse partij is opgericht, op een anti-slavernij platform.

1857 – In een zaak van Scott vs. Sandford oordeelde de rechtbank dat slaven geen staatsburgers zijn, maar eigendom. De zeven rechters, die voor stemden, waren democraten, de twee, die het er niet mee eens waren, waren Republikeinen.

1860 – 11 slavenstaten scheiden zich af van de Unie, Democraten beginnen de burgeroorlog.

1863 – De Republikeinse president Abraham Lincoln ondertekent de Emancipatieproclamatie.

1863 – Republikeinen kiezen hun eerste Spaanse gouverneur, Romualdo Pacheco, van Californië.

1865 – Lincoln werd vermoord, zijn vice-president, Andrew Johnson, een democraat, neemt het presidentschap over, die tegen de integratie van de nieuw bevrijde slaven is.

1865 – Republikeinen nemen het 13e amendement aan, dat slavernij permanent verbiedt.

1865 – Democraten stellen “Black Codes” in, een staats- en lokale status, bedoeld om zwarten te marginaliseren en ze in contractuele dienstbaarheid te houden. Opiniepeilingen en geletterdheidstests verhinderden hen om te stemmen.

1865 'Verbonden veteranen hebben de KKK opgericht om zich te verzetten tegen de integratie van zwarten door de Republikeinse partij. Het is de eerste Grote Tovenaar, een Democraat, Nathan Bedford Forrest genaamd.

De KKK lyncht 3446 zwarten en 1289 blanke Republikeinen tijdens haar 86-jarige geschiedenis.

'Iedereen die negers op straat neerschiet, negerschool- en kerkgebouwen in brand steekt en vrouwen en kinderen vermoordt bij het licht van hun eigen brandende woningen, noemt zichzelf een Democraat. Kortom, de Democratische Partij kan worden omschreven als een gemeenschappelijk riool en een walgelijke vergaarbak waarin elk element van verraad, Noord en Zuid, wordt geleegd, elk element van onmenselijkheid en barbaarsheid dat de tijd heeft onteerd.'

— Gouverneur Oliver Morton van Indiana 1860

1868 – Republikeinen keuren het 14e amendement goed, waardoor zwarten het staatsburgerschap krijgen. Het werd tegengewerkt door de Democraten.

1868 – Republikeinen keuren het 15e amendement goed, waardoor zwarten stemrecht krijgen. Geen enkele democraat steunde het.

1868 – KKK Grand Wizard wordt geëerd op de Democratic National Convention.

1869 'De wederopbouw eindigde, de Democraten herstelden de blanke suprematie in het Zuiden met Jim Crow-wetten, die segregatie legaliseerden. dat zou nog 100 jaar duren om af te schaffen.

1871 – De Republikeinse president Ulysses S Grant ontmantelt de KKK.

1872 – Republikeinen kiezen de eerste Afro-Amerikaanse senatoren en vertegenwoordigers.

1878 De Republikeinse senator Aaron Sargent introduceert het 19e amendement, om vrouwen stemrecht te geven. Het door de Democraten gecontroleerde Congres stemde het weg.

1911 – De democraat-president Woodrow Wilson propt zijn kabinet vol met Dixicrats (machtige Zuid-democraten) en stelt de zaak van burgerrechten tientallen jaren terug.

1918 – KKK wordt opnieuw opgericht en richt zich op immigranten, joden en katholieken, naast zwarten.

1919 – Het Republikeinse Congres keurt het 19e amendement goed, dat vrouwen stemrecht garandeert.

1922 – Democraten proberen legaal te blijven lynchen door een filibuster in de Senaat te creëren.

1929 – Republikein Octaviano Larrazolo wordt de eerste Mexicaans-Amerikaanse senator.

1929 – Republikein Charles Curtis wordt de eerste Indiaanse vice-president.

1939 'Democraat en KKK-covergirl Margaret Sanger creëerde het '8220Negro Project'8221 en Planned Parenthood om de zwarte bevolking uit te roeien.

1954 – Republikeinse wetgevers verbood segregatie op openbare scholen, tegengewerkt door staatsdemocraten. De Republikeinse president Eisenhower stuurde federale troepen om de wet te handhaven.

1959 – Eerste Republikeinse Aziatische senator, Hiram Fong wordt gekozen.

1964 – President Johnson voert met succes een advertentie uit, getiteld “Confessions of a Republican'8221. Democraten leerden dat door Republikeinen van racisme te beschuldigen, zelfs zonder bewijs, ze politieke macht kunnen krijgen.

1964 – Het door de Republikeinen gecontroleerde Congres keurt de Civil Rights Act van 1964 goed, in het verlengde van de Civil Rights Acts van de Republikeinen van 1957 en 1960. Democratische senatoren hebben de rekening 75 dagen lang gefilibust.

De Democratische partij beweert dat de Republikeinen vandaag de racisten zijn, omdat de partijen 'verwisselden'8221, de racistische Zuid-democraten Republikein werden in 1964. Er was geen 'partijwisseling'8221, slechts twee Democraten werden Republikeinen, Miles Goodwin en Thurgood Marshall, die van gedachten veranderde. Degenen die Republikein waren, bleven Republikeinen.

Wat wel veranderde, was de tactiek van de Democraat tegenover Afro-Amerikanen. In de jaren 60 kregen de zwarten politieke macht en realiseerden de Democraten zich dat ze hun stemrecht niet langer openlijk konden onderdrukken, dus besloten ze: als ze stemmen, kunnen ze net zo goed op ons stemmen.

-“Ik zal de komende 200 jaar die n****s democraat hebben.”

-“Deze negers, ze zijn tegenwoordig behoorlijk arrogant en dat is een probleem voor ons.……….we moeten ze iets geven, net genoeg om ze te kalmeren, niet genoeg om een verschil.”

Lyndon B Johnson 1963

Vóór 1964 beschouwden democraten Afro-Amerikanen als gewelddadige beesten, die geen aanleg hadden om te leren. Na 1964 behandelden ze hen met zachtheid, vriendelijkheid en sympathie, als hun huisdieren.

Geschiedenisboeken portretteren LBJ als de 'Grote Emancipator en Burgerrechtenheld'8221. In werkelijkheid steunde hij alleen de Civil Rights Acts, omdat het politiek opportuun was.

Privé deelde hij mee hoe hij zwarten verslaafd zou maken aan de overheid, hun families zou opbreken, hun leven en toekomst zou verwoesten en hen tot waardeloze mensen zou maken.

Helaas hebben 50 jaar democratisch beleid de zwarte familie vernietigd, de slechtste scholen voor zwarten gecreëerd, wat resulteerde in een hoog analfabetisme en schooluitval en de pijpleiding van 'school naar gevangenis'8221, geweld van bendes en andere misdaden in binnensteden aanmoedigde en generaties alleenstaande ouders.

Hun beleid was bedoeld om zwarten binnen de perken te houden en ze te laten mislukken. De verzorgingsstaat die ze implementeerden zorgde voor afhankelijkheid, een “democratische plantage”. Onophoudelijke propaganda leert jonge zwarten een slachtoffermentaliteit en demoraliseert hen, terwijl ze net doen alsof ze hen opbeuren.

Het democratische establishment is een oplichter, hun onderliggende racistische houding tegenover zwarten is niet veranderd, ze blijven Afro-Amerikanen misleiden en gebruiken ze voor hun politieke doeleinden.

De Democraten zijn hier te lang mee weggekomen, ze moeten worden ontmaskerd voor wat ze zijn, zodat sociale rechtvaardigheid echt werkelijkheid wordt.


Zoals de meeste politieke partijen over de hele wereld, heeft de Democratische Partij zowel het partijsymbool als de kleur. Zowel de kleur als het symbool zijn echter onofficieel en werden niet officieel gekozen door de partijfunctionaris of partijleden. Het symbool van het feest is een ezel of een ezel. Afhankelijk van aan welke kant van de politieke scheidslijn men zich bevindt, kan het symbool zowel positief als negatief worden geïnterpreteerd. Voor de tegenstanders van de Democratische Partij wordt de mascotte geïnterpreteerd als een gebrek aan intelligentie, kracht en vaak luid en koppig, maar voor de Democraten is de ezel slim, dapper en nederig. Blauw wordt beschouwd als de kleur van de Democratische Partij, terwijl rood de kleur is van de Republikeinse Partij. De twee kleuren werden gepopulariseerd door grote mediahuizen die ze gebruikten als kleurenschema's op de electorale kaart.

De oorsprong en het gebruik van een ezel als feestsymbool is zowel interessant als controversieel. Aanvankelijk was het symbool bedoeld om Andrew Jackson te bespotten en aan te vallen door zijn tegenstanders. Ze noemden hem beledigend een 'klootzak'. In plaats van geïrriteerd en geërgerd te worden door de beledigingen, vond Andrew de vergelijking leuk en besloot hij deze te gebruiken voor zijn politiek gewin. Hij gebruikte het symbool van een ezel of een ezel als zijn campagnesymbool. Zijn tegenstanders bleven de ezel gebruiken om zijn koppigheid te vertegenwoordigen, zelfs tijdens zijn ambtsperiode, een feit waar Jackson het gedeeltelijk mee eens was.


Dinesh D'Souza: De geheime geschiedenis van de Democratische Partij

In tegenstelling tot wat we leren van progressieven in het onderwijs en de media, is de geschiedenis van de Democratische Partij tot ver in de twintigste eeuw een vrijwel ononderbroken geschiedenis van diefstal, corruptie en onverdraagzaamheid. De Amerikaanse geschiedenis is het verhaal van democratische boosdoeners en republikeinse helden. Ja het is waar.

Ik begin met Andrew Jackson. Hij - niet Thomas Jefferson of FDR - is de ware oprichter van de moderne Democratische Partij. Progressieven zijn tegenwoordig verdeeld over Jackson. Sommigen, zoals historicus Sean Wilentz, bewonderen hem, terwijl anderen hem van het biljet van $ 20 willen verwijderen omdat hij een slaveneigenaar en een wrede Indiase vechter was. In die optiek was hij een zeer slechte Amerikaan.

Ik steun de ontmaskering van Jackson, maar niet omdat hij een slechte Amerikaan was, eerder omdat hij een typische kromme democraat was. Jackson richtte de Democratische Partij op als de partij van de diefstal. Hij beheerste de kunst om land van de Indianen te stelen en het vervolgens tegen weggeefprijzen te verkopen aan blanke kolonisten. Jacksons verwachting was dat die mensen hem politiek zouden steunen, en dat deden ze ook. Jackson was inderdaad een 'man van het volk', maar zijn populariteit was die van een bendeleider die zijn buit uitdeelt in ruil voor loyaliteit van degenen die profiteren van zijn misdaden.

Jackson ontdekte ook hoe hij persoonlijk voordeel kon halen uit zijn landroof. Net als Hillary Clinton begon hij blut en werd toen een van de rijkste mensen van het land. Hoe? Jackson en zijn partners en trawanten deden al vroeg biedingen op Indiaas land, soms zelfs voordat de Indianen uit dat land waren geëvacueerd. Ze kochten het land voor weinig of niets en verkochten het later met een mooie winst. Opmerkelijk is dat de wortels van de Clinton Foundation te vinden zijn in het landroofbeleid van Amerika's eerste Democratische president.

De Democraten waren ook de partij van de slavernij, en de mentaliteit van slavenhouders bepaalt nog steeds het beleid van democratische leiders. Het punt is niet dat de Democraten de slavernij hebben uitgevonden, een oude instelling die veel ouder is dan Amerika. Integendeel, democraten zoals senator John C. Calhoun bedachten een nieuwe rechtvaardiging voor slavernij, slavernij als een 'positief goed'. Voor het eerst in de geschiedenis drongen de Democraten erop aan dat slavernij niet alleen gunstig was voor meesters, ze zeiden dat het ook goed was voor de slaven.

Tegenwoordig proberen progressieve experts de democratische medeplichtigheid aan slavernij te verbergen door de slavernij de schuld te geven van het ‘Zuiden’. Deze mensen hebben een hele geschiedenis opgebouwd die de slavernijstrijd afschildert als een strijd tussen het anti-slavernij Noorden en het pro-slavernij Zuiden. Dit komt de Democraten vandaag de dag natuurlijk ten goede, want vandaag ligt de grootste kracht van de Democratische Partij in het noorden en de belangrijkste kracht van de Republikeinse Partij in het zuiden.

Maar de slavernijstrijd was niet vooral een Noord-Zuidkwestie. Het was eigenlijk een strijd tussen de pro-slavernij-democraten en de anti-slavernij-republikeinen. Hoe kan ik zo'n schandalige uitspraak doen? Laten we beginnen met eraan te herinneren dat noordelijke democraten zoals Stephen Douglas de slavernij beschermden, terwijl de meeste zuiderlingen geen slaven bezaten. (Drie vierde van degenen die in de burgeroorlog aan de kant van de confederatie vochten, hadden geen slaven en vochten niet om de slavernij te beschermen.)

Ondertussen waren de Republikeinen tot op zekere hoogte allemaal tegen slavernij. De partij zelf is opgericht om de slavernij te stoppen. Natuurlijk waren er verschillende opvattingen onder de Republikeinen, van abolitionisten die onmiddellijk een einde wilden maken aan de slavernij tot Republikeinen zoals Abraham Lincoln die erkenden dat dit zowel grondwettelijk als politiek onmogelijk was en gericht waren op het stoppen van de uitbreiding van de slavernij naar de nieuwe gebieden. Dit was het belangrijkste platform waarop Lincoln de verkiezingen van 1860 won.

De echte botsing was tussen de Democraten, noord en zuid, die de slavernij steunden en de Republikeinen in het hele land die ertegen waren. Zoals Lincoln het in zijn eerste inaugurele rede samenvatte, gelooft de ene kant dat slavernij juist is en moet worden uitgebreid, en de andere dat het verkeerd is en moet worden beperkt. "Dit," zei Lincoln, "is het enige substantiële geschil." En dit was uiteindelijk waar de burgeroorlog om draaide.

Uiteindelijk hebben de Republikeinen natuurlijk een einde gemaakt aan de slavernij en deze permanent verboden via het dertiende amendement. Democraten reageerden door zich tegen het amendement te verzetten en een groep van hen vermoordde de man die zij verantwoordelijk hielden voor emancipatie, Abraham Lincoln. Republikeinen hebben het veertiende amendement aangenomen dat zwarten gelijke rechten onder de wet verzekert, en het vijftiende amendement dat zwarten stemrecht geeft, over de oppositie van de democraten.

Geconfronteerd met deze onweerlegbare feiten gedragen progressieven zich als de advocaat die het moordwapen van zijn cliënt voorgeschoteld krijgt. Verdorie, zegt hij tegen zichzelf, ik kan maar beter snel denken. “Ja”, geeft hij nu toe, “mijn cliënt heeft de klerk vermoord en de winkel overvallen. Maar hij heeft niet al die andere mensen vermoord die ook dood ter plaatse werden gevonden.”

Met andere woorden, progressieven die worden gedwongen om de pro-slavernijgeschiedenis van de Democratische Partij te erkennen, reageren prompt: "We geven toe de partij van de slavernij te zijn, en we hebben de instelling meer dan een eeuw hoog gehouden, maar de slavernij eindigde in 1865, dus alle hiervan was zo lang geleden. Je kunt ons nu niet de schuld geven van het vooroorlogse onrecht van de Democratische Partij.”

Ja, maar hoe zit het met de postbellummisdaden van de Democratische Partij? Laten we, van democratische steun voor slavernij, kijken naar de medeplichtigheid van de partij aan segregatie en de Ku Klux Klan. Democraten in de jaren 1880 bedachten segregatie en Jim Crow-wetten die tot in de jaren zestig standhielden. Democraten kwamen ook met de "gescheiden maar gelijke" redenering die segregatie rechtvaardigde en deden alsof het in het voordeel was van Afro-Amerikanen.

De Ku Klux Klan werd in 1866 in Pulaski, Tennessee gesticht door een groep voormalige geconfedereerde soldaten. De eerste grote tovenaar was een geconfedereerde generaal die ook een afgevaardigde was van de Democratische Nationale Conventie. De Klan verspreidde zich al snel buiten het zuiden naar het middenwesten en het westen en werd, in de woorden van historicus Eric Foner, 'de binnenlandse terroristische tak van de Democratische Partij'.

Het belangrijkste punt van de geweldsorgie van de Klan was om te voorkomen dat zwarten gingen stemmen, dat wil zeggen stemmen op de Republikeinen. Vooraanstaande democraten, waaronder ten minste één president, twee rechters van het Hooggerechtshof en ontelbare senatoren en congresleden waren Klan-leden. De laatste, Robert Byrd, stierf in 2010 en werd geprezen door president Obama en voormalig president Bill Clinton.

De smerige geschiedenis van de Democratische Partij in het begin van de twintigste eeuw is ook getrouwd met de smerige geschiedenis van de progressieve beweging in dezelfde periode. Progressieven zoals Margaret Sanger - oprichter van Planned Parenthood en een rolmodel voor Hillary Clinton - steunden doelen als eugenetica en sociaal darwinisme. Hoewel abortus in Sanger's tijd geen probleem was, steunde ze gedwongen sterilisatie voor 'ongeschikte' mensen, met name minderheden. Het Negro-project van Sanger was specifiek gericht op het terugdringen van de zwarte bevolking.

Progressieven leidden ook de campagne om te voorkomen dat arme immigranten naar dit land komen. Ze waren in de jaren twintig voorstander van wetten die de massale immigratiestromen naar dit land vrijwel tot stilstand brachten. De motieven van de progressieven waren openlijk racistisch en door de manier waarop de immigratiebeperkingen werden geformuleerd, slaagden de progressieven erin de doelwitlijst van minderheidsgroepen van de Democratische Partij te verbreden.

Terwijl de Democratische Partij eerder zwarten en inheemse Indiërs uitkoos, lieten progressieven de Democraten zien hoe ze alle minderheden konden onderdrukken. In de nieuwe lijst waren zowel Midden- en Zuid-Amerikaanse Hispanics als Oost- en Zuid-Europeanen opgenomen. Veel van deze mensen waren duidelijk blank, maar progressieven vonden wit niet genoeg. Net als zwarten werden ze op basis van hun huidskleur als 'ongeschikt' beschouwd.

In de jaren twintig ontwikkelden progressieven een fascinatie voor en bewondering voor het Italiaanse en Duitse fascisme, en de fascisten prezen van hun kant Amerikaanse progressieven. Dit waren gelijkgestemde mensen die dezelfde taal spraken, en progressieven en fascisten werkten samen om programma's te implementeren om zogenaamde geestelijk gestoorden en "ongeschikte" mensen te steriliseren, wat vervolgens resulteerde in tienduizenden gedwongen sterilisaties in Amerika en honderdduizenden in nazi-Duitsland .

In de jaren dertig stuurde president Franklin D. Roosevelt leden van zijn brain trust naar Europa om fascistische economische programma's te bestuderen, die hij als geavanceerder beschouwde dan alles wat zijn New Deal tot nu toe had geïmplementeerd. FDR was gecharmeerd van Mussolini, die hij de 'bewonderenswaardige Italiaanse heer' noemde. Sommige democraten hadden zelfs een zwak voor Hitler: de jonge JFK ging voor de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland en prees Hitler als een "legende" en beschuldigde vijandigheid jegens de nazi's als jaloezie als gevolg van hoeveel de nazi's hadden bereikt.

Ja dat weet ik. Tegenwoordig weten mensen hier nog maar weinig van, omdat progressieven zo goed werk hebben verricht door het allemaal onder het tapijt te vegen. Dit materiaal wordt eenvoudigweg uit de leerboeken weggelaten, ook al staat het daar in het historische verslag. Sommige progressieve experts weten ervan, maar willen er niet over praten.

Veel progressieven hebben inderdaad hard gewerkt om met leugens te komen die als feiten kunnen worden beschouwd. Progressieven hebben een heel cultureel contingent – ​​Hollywood, de grote media, de elite-universiteiten, zelfs professionele komieken – om hun propaganda te verspreiden. Uit de tv-show Mevrouw de secretaris naar de voorpagina van de New York Times op nachtelijke kwinkslagen van Stephen Colbert, komt de progressieve bilge voortdurend en meedogenloos op ons af.

In dit nepverhaal zijn de Republikeinen de slechteriken omdat de Republikeinen zich verzetten tegen de burgerrechtenbeweging van de jaren vijftig en zestig. Voor progressieve democraten is de burgerrechtenbeweging de canonieke gebeurtenis in de Amerikaanse geschiedenis. Het is zelfs belangrijker dan de Amerikaanse Revolutie. Progressieve redenering is: we hebben dit gedaan, dus het moet het beste zijn dat ooit in Amerika is gedaan. Republikeinen waren ertegen, wat hen tot de slechteriken maakt.

Het enige probleem is dat de Republikeinen een belangrijke rol speelden - eigenlijk onmisbaar - om de burgerrechtenwetten door te voeren. Terwijl Lyndon Johnson de Civil Rights Act van 1964 pushte met de steun van enkele noordelijke Democraten, stemden de Republikeinen in veel hogere percentages voor het wetsvoorstel dan de Democraten. Dit gold ook voor de Voting Rights Act van 1965. Geen van beide zou zijn aangenomen met alleen maar democratische stemmen. De grootste oppositie tegen beide wetsvoorstellen kwam inderdaad van de Democraten.

Interessant genoeg is de GOP niet alleen de partij van de rechten van minderheden, maar ook van de rechten van vrouwen. Republikeinen namen het vrouwenkiesrecht al in 1896 op in het partijplatform. De eerste vrouw die in het Congres werd gekozen, was de Republikeinse Jeanette Rankin in 1916. Dat jaar vertegenwoordigde een grote GOP-push voor kiesrecht, en nadat de GOP de controle over het Congres had herwonnen, verleende het negentiende amendement vrouwenrechten. kiesrecht werd uiteindelijk goedgekeurd in 1919 en het jaar daarop door de staten geratificeerd.

De opname van vrouwen in de Civil Rights Act van 1964 was, vreemd genoeg, het werk van een groep racistische, chauvinistische democraten. Onder leiding van democratisch congreslid Howard Smith uit Virginia wilde deze groep de Civil Rights Act verslaan. Smith stelde voor om de wetgeving aan te passen en "seks" toe te voegen aan "ras" als een categorie die beschermd is tegen discriminatie.

Smiths Democratische maatjes bulderden van het lachen toen hij zijn amendement van één woord aanbood. Ze dachten dat het hele burgerrechtengedoe zo belachelijk zou worden dat geen enkel verstandig persoon erin zou meegaan. Een geleerde merkte op dat het amendement van Smith “enkele uren van humoristisch debat stimuleerde” onder racistische, chauvinistische democraten. Maar tot hun verbazing werd de gewijzigde versie van het wetsvoorstel aangenomen. Het is de moeite waard om te herhalen dat de Republikeinen de overwinningsmarge verschaften die de bescherming van burgerrechten uitbreidde, zowel voor minderheden als voor vrouwen.

Dit artikel is een uittreksel uit het nieuwe boek van Dinesh D'Souza Hillary's Amerika, die deze maand door Regnery werd gepubliceerd en vergezeld gaat van een film met dezelfde naam die op 22 juli in het hele land in première ging.


Een korte geschiedenis van de Democratische Partij

Tijdens het tweede debat van de Democratische Partij viel de presidentiële hoopvolle Tulsi Gabbard het record van Kamala Harris als procureur-generaal aan. Citing Harris’s extension of prison sentences to create a source of unpaid labor and her history of seeking harsher penalties, Gabbard concluded that Harris should be barred from the Democratic nomination. However, far from disqualifying Harris, a look at the Democratic Party’s history shows that she is more in line with its founding principles than any of its self-proclaimed progressive or socialist candidates.

The Democratic Party was formed around the election of Andrew Jackson in 1828. Its platform was mainly a negative one in the sense that it was “against” big government and progressive reforms—such as the abolition of slavery. Instead, it presented itself as the champion of “individual liberty”—starting with the liberty to own slaves. Demagogically posing as the party of the “common man,” Democrats gained the support of impoverished farmers by freeing up land through the violent persecution of Native Americans and immigrants.

The party had its first major split just before the Civil War. Northern and Southern Democrats battled over the expansion of slavery and nominated two different candidates for president in 1860—resulting in the victory of the upstart Republican, Abraham Lincoln. Following the defeat of its pro-slavery apologist-for-the-Confederacy candidate in 1864, the party sought to rebrand itself. Keen to obscure the party’s support of slavery and secession, it shifted its focus to economic expansion and a “New Departure.” This pivot failed, and Democrats were out of the White House for sixteen years, only winning thanks again to support from anti-Reconstruction Southern capitalists and the disenfranchisement of former slaves.

At the second Democratic Party debate, presidential hopeful Tulsi Gabbard attacked Kamala Harris’s record as Attorney General. / Image: Steve Rhodes via Flickr

A major financial crisis resulted in another split in 1896, and a Democrat was not elected to the presidency again until 1912. Woodrow Wilson, a white supremacist and KKK supporter, attempted to shift the party again, supporting reforms including women’s suffrage. But this proved unsuccessful, and the party was again out of power from 1921–33.

During this period of demoralization, the party sought to win working-class votes by cynically standing against privilege and aristocracy. That their earlier policy had been to use violence in the service of wealthy Southerners and the party machines of Northern cities was overlooked. FDR, the next Democratic president, campaigned on a ticket of reform and economic regulation. His “New Deal” served to stave off the revolutionary overthrow of US capitalism by offering a few concessions to the workers. But these policies could not square the circle of capitalism’s inherent contradictions.

What eventually got the US out of the Great Depression was the slaughter of World War II. Nevertheless, FDR has been held up by progressive Democrats as “proof” that their party can serve as a vehicle for progressive politics—never mind that “progressivism” is a function of bourgeois, not revolutionary working-class politics. Far from ending the evils of capitalism, FDR’s maneuvers allowed it to exploit and oppress another day.

After FDR’s death, Harry Truman’s attempt to continue Roosevelt’s reforms were defeated by Southern Democrats. Only collaboration with Republicans on anticommunist policy secured his reelection in 1948. Following a landslide defeat in 1952, the party regained control of Congress by “bargaining” with Southern Democrats—i.e., selling out black Americans yet again. These powerful Southern Democrats, in coalition with conservative Republicans since FDR’s second term, worked to block progressive legislation well into the 1970s.

The next Democratic president, JFK, continued Truman’s anti-communist policy but saw most of his progressive legislation, including civil rights and desegregation, blocked by the coalition. Under the pressure of the mass civil rights movement, these measures were eventually passed by Lyndon Johnson in the face of stiff opposition by his own party. In this same period, the openly racist George Wallace was twice elected governor of Alabama as a Democrat. Wallace then split Democratic votes with a nearly successful third-party campaign in 1968, running against federal desegregation.

The Democrats lost to Nixon again in 1972, only winning in 1976 thanks to Watergate and another financial crisis. Jimmy Carter deregulated industries brought under federal control by the New Deal and failed to implement his promised reforms. His policies paved the way for twelve years of Reagan and Bush Sr., which dovetailed nicely with the equally reactionary policies of Bill Clinton.

Clinton continued Carter’s deregulation and Reagan’s free-market “reforms” while pandering to the party’s “progressive” image. Called the “first black president” by novelist Toni Morrison, Clinton appealed to conservative white voters by attacking welfare—a dog whistle for racism. During their sojourn in the Arkansas governor’s mansion in the 1980s, the Clintons had “employed” unpaid prisoners as domestic servants. In It Takes a Village, Hillary Clinton glibly remarked that her household staff was made up of “African-American men in their thirties.” Bill Clinton’s policies led to the mass incarceration of millions, expanding the pool of unpaid labor and unleashing the multibillion-dollar prison-industrial complex.

But two terms of betrayed aspirations and the DNC’s maneuvering against Bernie Sanders led directly to the election of Donald Trump. / Image: Public Domain

In 2008, after eight years of Bush Jr., and during the worst economic crisis in decades, Obama’s message of “hope and change” led to a landslide election. But two terms of betrayed aspirations and the DNC’s maneuvering against Bernie Sanders led directly to the election of Donald Trump. Lesser-evil politics means that “evil” is always in the saddle.

The Democratic Party has changed its face many times. Under mass working-class pressure from below, it has passed some of the most progressive reforms in American history. But it has also done everything in its power to block such reforms or nullify them through later rollbacks. While the Democratic electoral base has moved geographically and demographically, its core interests have always remained the same: defense of the private property of the wealthy.

In the absence of a mass working-class party, progressives can become popular in the party and have done so many times. But this has only ever served as effective “bait” for a later “switch” in defense of the rule of capital. The only way for the working class to fight for a new system is through a party that is not rooted in capitalism. To finally escape the endless cycle of Democrat-Republican ping-pong and worsening crises, we must build a mass party based on the workers with a socialist program to transform society.


Democrat Party of Racism, Want Proof?

The Democratic Party was the party of Segregation [Jim Crow laws].

The Democratic Party was the party of Strom Thurmond, Lester Maddox, George Wallace, Robert Byrd to mention but a few, and the “Dixiecrats” who fought against integration.

DEMOCRAT POLICIES DESTROYED BLACK FAMILIES

The policies put forth by the Democratic Party — welfare, Food Stamps, government oversight into families have destroyed the Black families in America, making them dependent on government over self-reliance.

In 1965 in the black family, the out-of-wedlock birthrate was 25 percent among blacks.

In 1991, 68 percent of Black children were born outside of marriage.

In 2011, 72% of Black babies were born to unwed mothers.

In 2015, 77.3 percent of non-immigrant black births were illegitimate.

More than three-quarters of African American births are to unmarried women, nearly double the illegitimacy rate of all other births, according to new federal data.

The National Center for Health Statistics said that in 2015, 77.3 percent of non-immigrant Black births were illegitimate.

The national non-immigrant average is 42 percent, and it was 30 percent for whites.

The Federal Government has taken over the parenting roll in most Black families.

Those on welfare, SNAP along with the other Federal benefits are trapped in this dependent situation.

Since 1973 19 almost 20 million Black babies have been terminated through abortion.

Ruth Bader Ginsburg 2009 NY Times interview about Roe Vs.Wade: “Frankly I had thought that at the time Roe was decided, there was concern about population growth and particularly growth in populations that we don’t want to have too many of.”

Martin Luther King Jr’s name is dragged out whenever his words help prove a point for the Democrats. They claim that he was once a recipient of an award by planned parenthood.
What is neglected to add is the fact that, at that time P.P. was opposed to abortion.

In 2017 Planned Parenthood honored Dr. Martin Luther King Jr. with a tweet saying “On Martin Luther King, Jr. day, we celebrate the man who dedicated his life to ending oppression.”

Pro-life activists have long argued that King, a devoutly Christian minister, was against abortion and would be active in opposing Roe v. Wade, a decision that was delivered several years after his assassination. King never directly addressed the topic of abortion during his life.

Pro-abortion activists often point to the fact that King accepted an award from Planned Parenthood in 1966, but it’s important to point out that at the time of that award, even Planned Parenthood was officially against abortion.

In 1952, P.P. made the distinction between birth control (which they advocated) and abortion: “Is birth control abortion? Definitely not. An abortion kills the life of a baby after it has begun. It is dangerous to your life and health. It may make you sterile so that when you want a child you cannot have it. Birth control merely postpones the beginning of life.”

MLK Jr. once said: “The Negro cannot win as long as he is willing to sacrifice the lives of his children for comfort and safety.” How can the “Dream” survive if we murder the children? Every aborted baby is like a slave in the womb of his or her mother. The mother decides his or her fate.”

The NAACP has become little more than an arm of the Democratic [PROGRESSIVE] Party

It should be noted that the founding of the NAACP, formed in 1909 as a bi-racial organization to advance justice for African Americans, has failed to “practice what they preach” at nearly every turn.

They routinely condemn Black Conservative and Black Republicans.

The following four individuals (white Liberal Republicans) who played significant roles of leadership, influence, and outcome within the organization and the African American community itself.

Mary Ovington White- joined the Republican Party in 1905 NAACP founder and executive secretary.

Morefield Storey- First president of the NAACP the primary battle was against American imperialism.

Joel Spingarn- Second president of the NAACP a liberal Republican who became a Progressive.

John Dewey- an influential member of the board known as the Father of Progressive Education.


History Of The Democratic Party

One of the two major political parties in the US is the democratische Partij. With its roots being traced back to the late 18th Century Democratic Party has arguably been the most important party in US history. The Democratic Party dominated US politics at the national level between 1828 and 1860 and again from 1932 to 1968, and a majority of American voters still identify as Democrats today even though the Party has lost ground in many areas of the country over the past 50 years. Here is a brief overview of the history of the Democratic Party.

Before the Democratic Party

The Federalist and Democratic-Republican Parties participated in spirited debates regarding the direction of the young country during the late 18th and early 19th Centuries.

After the U.S. Constitution came into effect in 1789, the voters and elected officials divided into two rival political factions. The first such group was the Federalist Party, which favored a strong and active federal government ruled by a wealthy elite. The second group was the Democratic-Republican Party, which advocated dispersing power more broadly among white male property owners. By the time of the 1824 Presidential Election, the Federalists Party mostly collapsed, leaving the Democratic-Republican Party as the only remaining political party in the US.

During the 1820s new states entered the union, voting laws were relaxed, and several states passed legislation that provided for the direct election of presidential electors by voters. These changes split the Democratic-Republicans into factions, each of which nominated a candidate in the presidential election of 1824. The party’s congressional caucus chose William H. Crawford of Georgia, but Andrew Jackson and John Quincy Adams, the leaders of the party’s two most significant factions also sought the presidency. House Speaker Henry Clay was nominated by the Kentucky and Tennessee legislatures. Jackson won a majority of the popular and electoral vote, but no candidate received the necessary majority in the electoral college. When the election went to the House of Representatives, Clay threw his support to Adams, who won the House vote and subsequently appointed Clay secretary of state.

Andrew Jackson is the father of the modern Democratic Party.

Despite Adams’s victory, differences between the Adams and the Jackson factions persisted. Adams’s supporters, representing Eastern interests and progressive economic and social policies, called themselves the National Republicans. Jackson, whose strength was in the South and West, referred to his followers as Democrats. The Jacksonian branch advocated economic populism, social conservatism, and rural values. Jackson defeated Adams in the 1828 presidential election by a landslide and soon began to implement his right-wing, populist agenda (which was in many ways similar to the modern-day “Tea-Party” movement in the Republican Party and is cited by President Donald Trump as an inspiration for his policies). In 1832 in Baltimore, Maryland, the Democrats nominated Jackson for a second term as President, drafted a party platform, and established a rule that required party presidential and vice presidential nominees to receive the votes of at least two-thirds of the national convention delegates, thus establishing the Convention System, which nominated all Presidential candidates between 1832 and 1976.

Growth & Decline of the Democratic Party

From 1828 to 1856 the Democrats won all Presidential elections except 1840 and 1848 and controlled Congress with substantial majorities. As the 1840s and 1850s progressed, the Democratic Party suffered internal strains over the issue of extending slavery to the Western territories. Southern Democrats wanted to allow slavery in all the areas of the country, while Northern Democrats proposed that each territory should decide the question for itself through a public vote. The issue split the Democrats at their 1860 presidential convention, where Southern Democrats nominated Vice President John C. Breckinridge, and Northern Democrats nominated Senator Stephen Douglas. The 1860 election also included John Bell, the nominee of the Constitutional Union Party, and Abraham Lincoln, the Republican candidate. With the Democrats split, Lincoln was elected president with only about 40 percent of the national vote.

American Presidential elections during the late 19th Century were split based on ethnic, regional, and ideological lines.

The election of 1860 is regarded by most political observers as the first of the country’s three “critical” elections—contests that produced sharp yet enduring changes in party loyalties across the country. It established the Democratic and Republican parties, which represented the right and left of the political spectrum respectively. In federal elections from the 1870s to the 1890s, the parties were evenly split except in the South, where the Democrats dominated because most whites blamed the Republican Party for both the American Civil War and Reconstruction. The two parties controlled Congress for almost equal periods through the rest of the 19th century, though the Democratic Party held the presidency only during the two terms of Grover Cleveland (1885–89 and 1893–97).

A Shift Towards Progressivism

The Democratic Party began to move to the left during the 1896 Presidential Election with the nomination of former Nebraska Congressman William Jennings Bryan. In contrast to prior Democratic nominees, Bryan advocated a progressive platform meant to counter the growing power of economic elites and return some semblance of stability to the common man. Even though Bryan ultimately lost to Republican William McKinley, his nomination resulted in a permanent realignment of both political parties on economic policy. The progressive trend within the Democratic Party continued under President Woodrow Wilson (1913-21). Wilson championed various liberal economic reforms, such as federal banking regulation, child labor laws, the break up of business monopolies, and pure food and drug regulations.

The peak of the Modern Democratic Party

President Roosevelt is credited with reviving the Democratic Party during the 1930s and 1940s.

The stock market crash of 1929 and the subsequent start of the Great Depression was the primary catalyst for the Democratic Party revival of the mid-20th Century. Led by President Franklin D. Roosevelt, the Democrats not only regained the presidency but also replaced the Republicans as the majority party. Through his political skills and his sweeping New Deal social programs, Roosevelt forged a broad coalition including small farmers, some ethnic minorities, organized labor, urban dwellers, liberals, intellectuals, and reformers that enabled the Democratic Party to retain the presidency until 1952 and to control both houses of Congress for most of the period from the 1930s to the mid-1990s. Roosevelt was reelected in 1936, 1940, and 1944 and was the only president to be elected to more than two terms. Upon his death in 1945, Roosevelt was succeeded by Vice President Harry S. Truman, who was narrowly elected in 1948. The only Republican President during this period was Dwight D. Eisenhower, the former Supreme Allied Commander during World War II and a largely liberal Republican.

Despite having overwhelming control over the American political system, the Democratic Party began to witness divisions regarding the issue of civil rights during the 1930s. Northern Democrats mostly favored federal civil rights reforms, whereas Southern Democrats expressed violent opposition to such proposals. As the 1950s progressed, many Southern Democrats Senators such as future President Lyndon Johnson (TX), Estes Kefauver (TN), Claude Pepper (FL), and Ralph Yarborough (TX) began to embrace the idea of civil rights and sought to push the Democratic Party to take a firm stance in favor of the issue. After the assassination of President John F. Kennedy, President Lyndon Johnson took charge on civil rights and pushed Congress to pass the previously-stalled Civil Rights Act of 1964, the Voting Rights Act of 1965, and the Civil Rights Act of 1968. These efforts led to another realignment in American politics that resulted in the Republican Party gaining ground with Southern Whites and the Democratic Party cementing its support amongst minority voters and liberal voters in the Northeast and West Coast.

The New Democratic Party

The Democratic Party under President Bill Clinton moved to the right on economic issues and to the left on social issues.

By the late 1960s, the extended period of Democratic Party domination was coming to an end. With the party split over issues such as the Vietnam War, civil rights, and the proper role of government, Republican candidate Richard Nixon was able to defeat Vice President Hubert Humphrey and independent segregationist candidate George Wallace by a comfortable margin. Despite retaining control over both houses of Congress until 1994, the Democratic Party lost 6 out of the 9 Presidential elections between 1968 and 2004. To regain support at the Presidential level and capitalize on public dissatisfaction (particularly in the Northeast and West Coast) at the continuing rightward drift of the Republican Party, the Democratic Party started to move towards the political center during the late 1980s and 1990s. Under the leadership of President Bill Clinton (1993-2001), the Democratic Party adopted neo-liberal economic policies such as free trade advocacy, support for targeted tax cuts, and fiscal conservatism. Additionally, the Democratic Party during this period began to move towards the left on social issues such as gay rights, abortion, and the role of religion to gain ground in the mostly secular Northeast and West Coast. Even though these policies endeared the Democratic Party to numerous voting groups, they negatively impacted Democratic chances in the Appalachian and Ozarks regions in the South, parts of the Midwest, and in the Great Plains states.

Future of the Democratic Party

In the 2016 Presidential Election, Democratic nominee Hillary Clinton won the popular vote by almost 3 million but ended up losing the electoral vote by a close margin. These results reveal that the Democratic Party is regaining its status as the nations majority party, albeit with an entirely different coalition of voters. Additionally, Clinton performed strongly in several typically-Republican states such as Texas, Utah, Georgia, Arizona, and North Carolina. Perhaps these results indicate a new trend that will allow the Democratic Party to gain control of the Southwest and some of the more cosmopolitan Southern states.


20 Of The Most Embarrassing Moments In The History Of The Democrat Party

1) The Trail of Tears (1838): The first Democrat President, Andrew Jackson and his successor Martin Van Buren, herded Indians into camps, tormented them, burned and pillaged their homes and forced them to relocate with minimal supplies. Thousands died along the way.

2) Democrats Cause The Civil War (1860): The pro-slavery faction of the Democrat Party responded to Abraham Lincoln's election by seceding, which led to the Civil War.

3) Formation of the KKK (1865): Along with 5 other Confederate veterans, Democrat Nathan Bedford Forrest created the KKK.

4) 300 Black Americans Murdered (1868): "Democrats in Opelousas, Louisiana killed nearly 300 blacks who tried to foil an assault on a Republican newspaper editor."

5) The American Protective League and The Palmer Raids (1919-1921): Under the leadership of Woodrow Wilson, criticizing the government became a crime and a fascist organization, the American Protective League was formed to spy on and even arrest fellow Americans for being insufficiently loyal to the government. More than 100,000 Americans were arrested, with less than 1% of them ever being found guilty of any kind of crime.

6) Democrats Successfully Stop Republicans From Making Lynching A Federal Crime (1922): "The U.S. House adopted Rep. Leonidas Dyer’s (R., Mo.) bill making lynching a federal crime. Filibustering Senate Democrats killed the measure."

7) The Tuskegee Syphilis Experiment (1932-1972): Contrary to what you may have heard, Democrats in Alabama did not give black Americans syphilis. However, the experimenters did know that subjects of the experiment unknowingly had syphilis and even after it was proven that penicillin could be used to effectively treat the disease in 1947, the experiments continued. As a result, a number of the subjects needlessly infected their loved ones and died, when they could have been cured.

8) Japanese Internment Camps (1942): Democrat Franklin D. Roosevelt issued an executive order that led to more than 100,000 Japanese Americans being put into "bleak, remote camps surrounded by barbed wire and armed guards."

9) Alger Hiss Convicted Of Perjury (1950): Hiss, who helped advise FDR at Yalta and was strongly defended by the Left, turned out to be a Soviet spy. He was convicted of perjury in 1950 (Sadly, the statute of limitations on espionage had run out), but was defended by liberals for decades until the Verona papers proved so conclusively that he was guilty that even most his fellow liberals couldn't continue to deny it.

10) The West Virgina Democrat primary is rigged by John F. Kennedy (1960): From an interview with the late, great Robert Novak.

John Hawkins: You also said that without question, John F. Kennedy rigged the West Virginia Democratic primary in (1960), but that the Wall Street Journal killed the story. Do you think that sort of thing is still occurring with great regularity and do you wish the Journal had reported the story when it happened?

Robert Novak: In my opinion, they should have. They sent two reporters down to West Virginia for six weeks and they came back with a carefully documented story on voter fraud in West Virginia, buying votes, and how he beat Humphrey in the primary and therefore got the nomination. But, Ed Kilgore, the President of Dow Jones and publisher of the Wall Street Journal, a very conservative man, said it wasn’t the business of the Wall Street Journal to decide the nominee of the Democratic Party and he killed the story. That story didn’t come out for many, many years — 30-40 years. It was kept secret all that time.

11) The Bay of Pigs (1961): After training a Cuban militia to overthrow Castro, Kennedy got cold feet and didn't give the men all the air support they were promised. As a result, they were easily defeated by Castro's men and today, Cuba is still ruled by a hostile, anti-American dictatorship.

12) Fire Hoses And Attack Dogs Used On Children (1963): Birmingham, Alabama's notorious Commissioner of Public Safety, Democrat Bull Connor, used attack dogs and fire hoses on children and teenagers marching for civil rights. Ultimately, thousands of them would also be arrested.

13) Stand In The Schoolhouse Door (1963): Democrat George Wallace gave his notorious speech against integrating schools at the University of Alabama in which he said, "segregation now, segregation tomorrow, segregation forever."

14) Escalation In Vietnam (1964): Lyndon Johnson dramatically escalated our troops’ presence in Vietnam while he simultaneously put political restrictions in place that made the war unwinnable. As a result, 58,000 Americans died in a war that ultimately achieved none of its aims.

15) Chappaquiddick (1969): The Democrats’ beloved "Liberal Lion" of the Senate, Ted Kennedy ran off the road into a tidal pool with passenger Mary Jo Kopechne in the car. Kennedy swam free and then spent 9 hours plotting how he would reveal the news to the press while she slowly suffocated to death.

16) Democrats Deliver South Vietnam To The North (1975): "In 1975, when there were no Americans left in Vietnam, the left wing of the Democratic Party killed the government of South Vietnam, cut off all of its funding, cut off all of its ammunition, and sent a signal to the world that the United States had abandoned its allies." -- Newt Gingrich

17) The Iranian Hostage Crisis (1979-1981): 52 Americans were held hostage by the government of Iran for 444 days. After Jimmy Carter’s disastrous, failed rescue attempt, the hostages were finally released after Ronald Reagan's inaugural address.

18) Bill Clinton turns down Osama Bin Laden (1996): In Bill Clinton's own words, "'Mr. bin Laden used to live in Sudan. He was expelled from Saudi Arabia in 1991, then he went to Sudan. And we’d been hearing that the Sudanese wanted America to start meeting with them again. They released him. At the time, 1996, he had committed no crime against America so I did not bring him here because we had no basis on which to hold him, though we knew he wanted to commit crimes against America.' — Bill Clinton explains to a Long Island, N.Y., business group why he turned down Sudan’s offer to extradite Osama Bin Laden to America in 1996." Had Bill Clinton accepted Sudan's offer, 9/11 would have likely never happened.

19) Bill Clinton was impeached (1998): Clinton became only the 2nd President in American history to be impeached after he lied under oath about his affair with Monica Lewinsky.

20) America loses its AAA credit rating (2011): The United States was first given its AAA credit in 1917, but it couldn’t survive Barack Obama's record breaking spending. In 2011, America lost its AAA credit rating.


Civics Lesson: History of the Democratic Party

The Democratic Party traces its origins back to 1792, when supporters of Thomas Jefferson and James Madison—who favored decentralized, limited government—formed a party, the Democratic-Republicans. The Democratic-Republicans were opponents of the Federalists (including George Washington and John Adams), who favored a strong central government and a national banking system. In 1828, Senator Martin van Buren built a new organization, the Democratic Party, to back Andrew Jackson in the highly controversial 1824 election.

In the mid-1800s, the Democratic Party came to dominate the South because, in what is not exactly a shining moment in the party’s history, Southern Democrats strongly favored slavery. But as the 19th century ended, Republicans had become known as the party of big business, while Democrats were identified with rural farming and conservative values. It was 1896 Democratic presidential nominee William Jennings Bryan, whose advocacy for bigger government to ensure social justice, cost him the election but shaped the party’s platform going forward.

The Great Depression established Democrats as the progressive party: Franklin D. Roosevelt’s New Deal brought the nation out of financial chaos and began an era of Democratic dominance that would last for almost 60 years. Although the Democratic Party’s values have shifted well to the right since then, it is still known as the party that values social and economic justice and government intervention to ensure equal opportunity for all.

Photo: Thomas Jefferson, one of the founders of the Democratic-Republican party (public domain)

Democrat Woodrow Wilson, who served as president from 1912 to 1920, is widely regarded by historians as one of the nation’s greatest presidents because of his advocacy for democracy and world peace. Among Wilson’s accomplishments are the creation of the Labor Department in the Cabinet and the workers’ compensation program. In the finance and banking arena, Wilson signed the Clayton Anti-Trust Act and the Farm Loan Bank Act into law. He is also credited with the establishment of the Federal Reserve Bank. He also signed into law the 19th Amendment, granting women the right to vote.

Franklin D. Roosevelt, arguably the most famous of the Democratic presidents, is renowned for the New Deal, which lifted the U.S. out of a six-year depression by creating jobs through the Civilian Conservation Corps and other employment programs. He signed minimum wage and unemployment compensation legislation into law and is responsible for the National Labor Relations Act. He signed the Social Security Act into law, allowing some level of income security for elderly Americans, and signed the Securities Exchange Act, which requires companies to file detailed annual reports with the Securities and Exchange Commission in order to have their securities publicly traded on the stock exchanges. Roosevelt also established the Farmers Home Administration and the Rural Electrification Administration. He was one of the principal parties in the establishment of the United Nations after World War II. Finally, Roosevelt signed the GI Bill of Rights, which established low-interest home loan programs and college benefits for veterans.

Democrat Harry Truman signed the Federal Loan Housing Act, established the Fulbright-Hughes Scholarship program, and signed the Rural Telephone Act, ensuring that Americans all across the country had access to the telephone. Truman was one of the signatories of the Marshall Plan, an aid package to European nations that had been devastated by World War II, and one of the national leaders who established NATO, a mutual protection pact between nations who were threatened by the expansion of Soviet Communism.

John F. Kennedy laid the groundwork for many accomplishments by Democratic administration. He also established the Peace Corps, whose mission was to combat communism by bringing young adults from America to developing nations to engage in tasks ranging from teaching English to building homes and wells. Kennedy’s VISTA (Volunteers In Service to America) program was “the domestic Peace Corps,” working toward educational equality and resource availability for underserved urban and rural communities.

Lyndon B. Johnson, who inherited the presidential seat when Kennedy was assassinated and then won election in his own right, is responsible for signing numerous pieces of landmark legislation including the Civil Rights Act, outlawing discrimination on the basis of race, color, religion, sex, or national origin and the Voting Rights Act, making it illegal to discriminate against people of color in the voting process. He also established the Head Start program and the Medicare and Medicaid programs to ensure that the elderly and the poor could receive adequate medical care.

Democrat Jimmy Carter established the Federal Emergency Management Agency. He created the Department of Education and the Department of Energy and negotiated the Camp David Accords, which led to the signing of a peace treaty between Egypt and Israel. Carter was also responsible for renegotiating the Panama Canal treaty in ways that were favorable for America.

Bill Clinton was responsible for signing several laws we take for granted today—the Family and Medical Leave Act and the Earned Income Tax Credit. Clinton also established the National Voter Registration Act (also known as the “Motor Voter” act), which requires state governments to offer voter registration to people who apply for or renew their driver’s license or apply for public assistance.

Democrat Barack Obama is best known for the Affordable Care Act which, although it didn’t do everything he hoped healthcare reform would do, did require insurance companies to cover people with pre-existing conditions and established “exchanges” where individuals could purchase high-quality health insurance at an affordable price. He also signed the Lily Ledbetter Fair Pay Act of 2009, the Caregivers and Veterans Omnibus Health Services Act, and a nuclear arms reduction pact with Russia.

No party is as pure as people would like to believe it is. The Democrats definitely have a checkered history, but overall, Democratic presidents have led many reform efforts and created many programs that we still hold sacred even today.


Bronnen

1968 Democratic Convention [Documentary.] YouTube.
1968: Hippies, Yippies and the First Mayor Daley. The Chicago Tribune.
Chicago �: A Chronology. Chicago 68.
An Excerpt From: Rights in Conflict: The violent confrontation of demonstrators and police in the parks and streets of Chicago during the week of the Democratic National Convention of 1968. Chicago 68.
A Look Back at the 1968 Democratic National Convention. MSNBC.
Brief History of 1968’s Democratic National Convention. CNN All Politics.
‘Police Riot’ at the Democratic National Convention. World History Project.
Riots Erupt at the Democratic National Convention. World History Project.


Bekijk de video: Wilders: We Leven In De DDR - De Democratische Dictatuur Rutte (Januari- 2022).