Geschiedenis Podcasts

1944 Democratische Conventie - Geschiedenis

1944 Democratische Conventie - Geschiedenis


We are searching data for your request:

Forums and discussions:
Manuals and reference books:
Data from registers:
Wait the end of the search in all databases.
Upon completion, a link will appear to access the found materials.

Chicago Stadium Chicago, Cook County, Illinois

19 tot 21 juli 1944

Genomineerd: Franklin D. Roosevelt van New York voor President

Genomineerd: Harry S. Truman uit Missouri voor vice-president

Nu de Verenigde Staten volledig betrokken waren bij de Tweede Wereldoorlog, bestond er geen twijfel over dat Roosevelt de nominatie opnieuw zou zoeken en ontvangen. De vraag wie de vice-president zou worden. De huidige vice-president Henry Wallace had aanzienlijke oppositie opgewekt en Roosevelt had besloten hem te vervangen door Harry Truman. De overwinning van Truman was niet gemakkelijk, bij de eerste stemming kreeg hij slechts vijf stemmen meer dan Truman. Al snel groeide echter de steun voor Truman en verzekerde de nominatie.

.


1944 Democratisch Partijplatform

De Democratische Partij staat op haar palmares in vrede en oorlog.

Om de overwinning te bespoedigen, vrede tot stand te brengen en te handhaven, volledige werkgelegenheid te garanderen en welvaart te verschaffen — dit is het platform.

We geven hier geen details over tientallen planken. We noemen actie.

Begin maart 1933 ondernam de Democratische regering een reeks acties die ons systeem van vrij ondernemerschap redden.

Het bracht dat systeem uit de ineenstorting en elimineerde daarna de misbruiken die het in gevaar hadden gebracht.

Het gebruikte de bevoegdheden van de overheid om werkgelegenheid te scheppen in de industrie en de landbouw te redden.

Het schreef een nieuwe Magna Carta voor arbeid.

Het bood sociale zekerheid, waaronder ouderdomspensioenen, werkloosheidsverzekeringen, zekerheid voor kreupele en afhankelijke kinderen en blinden. Het richtte arbeidsbureaus op. Het bood federale bankdepositoverzekeringen, overstromingspreventie, bodembehoud en voorkwam misbruik op de beveiligingsmarkten. Het redde boerderijen en huizen van afscherming en zorgde voor winstgevende prijzen voor landbouwproducten.

Het keurde een effectief programma van terugwinning, waterkracht en minerale ontwikkeling goed.

Het vond de weg naar welvaart via productie en werkgelegenheid.

We beloven de voortzetting en verbetering van deze programma's.

Voordat de oorlog uitbrak, maakte de Democratische regering de natie op tijd wakker voor de gevaren die haar voortbestaan ​​bedreigden.

Het slaagde erin om op tijd het best opgeleide en uitgeruste leger ter wereld op te bouwen, de machtigste marine ter wereld, de grootste luchtmacht ter wereld en de grootste koopvaardij ter wereld.

Het leverde voor ons land, en het redde voor ons land, machtige bondgenoten op.

Toen de oorlog kwam, slaagde het erin om met die bondgenoten een effectieve grootse strategie tegen de vijand uit te werken.

Het zette die strategie in gang en het tij van de strijd keerde.

Het hield de lijn tegen oorlogsinflatie.

Het zorgde voor een eerlijke verdeling van voedsel en andere benodigdheden.

Het leidt ons land naar een zekere overwinning.

De primaire en dwingende plicht van de Verenigde Staten is om de oorlog te voeren met alle beschikbare middelen om uiteindelijk over onze vijanden te zegevieren, en we beloven dat we zij aan zij met de Verenigde Naties zullen blijven vechten totdat dit hoogste doel zal zijn bereikt en daarna om een ​​rechtvaardige en duurzame vrede te verzekeren.

Dat de wereld niet opnieuw in bloed doordrenkt mag worden door internationale bandieten en criminelen, beloven we:

Samen met de andere Verenigde Naties een internationale organisatie oprichten, gebaseerd op het principe van de soevereine gelijkheid van alle vredelievende staten, die openstaat voor het lidmaatschap van al deze staten, groot en klein, voor het voorkomen van agressie en het handhaven van internationale vrede en veiligheid.

Om alle noodzakelijke en effectieve overeenkomsten en regelingen te treffen waardoor de naties voldoende strijdkrachten zouden behouden om te voldoen aan de behoeften om oorlog te voorkomen en de voorbereiding op oorlog onmogelijk te maken en die dergelijke strijdkrachten beschikbaar zouden hebben voor gezamenlijke actie indien nodig.

Een dergelijke organisatie moet de macht hebben om gewapende troepen in te zetten wanneer dat nodig is om agressie te voorkomen en de vrede te bewaren.

Wij zijn voorstander van de handhaving van een internationaal gerechtshof waarvan de Verenigde Staten lid zullen zijn en het gebruik van diplomatie, verzoening, arbitrage en andere soortgelijke methoden waar nodig bij de beslechting van internationale geschillen.

Wereldvrede is van allesovertreffend belang. Onze dappere zonen sterven op het land, op zee en in de lucht. Ze sterven niet als Republikeinen. Ze sterven niet als democraten. Ze sterven als Amerikanen. We beloven dat hun bloed niet tevergeefs zal zijn vergoten. Amerika heeft de kans om de wereld te leiden in deze grote dienst aan de mensheid. De Verenigde Staten moeten de uitdaging aangaan. Onder de Goddelijke Voorzienigheid moet ze doorgaan naar haar hoge bestemming.

Wij beloven onze steun aan het Atlantisch Handvest en de Vier Vrijheden en de toepassing van de daarin verkondigde principes aan de Verenigde Naties en andere vredelievende naties, groot en klein.

We zullen het beleid van goed nabuurschap handhaven en het door de huidige regering geïnitieerde handelsbeleid uitbreiden.

Wij zijn voorstander van de openstelling van Palestina voor onbeperkte Joodse immigratie en kolonisatie, en een beleid dat leidt tot de vestiging daar van een vrij en democratisch Joods gemenebest.

Wij zijn voorstander van wetgeving die gelijk loon voor gelijk werk garandeert, ongeacht het geslacht.

We bevelen het Congres aan om een ​​grondwetswijziging over gelijke rechten voor vrouwen in te dienen.

Wij zijn voorstander van federale hulp aan onderwijs dat wordt beheerd door de staten zonder inmenging van de federale regering.

Wij zijn voorstander van federale wetgeving om de stabiliteit van producten, werkgelegenheid, distributie en prijzen in de bitumineuze kolenindustrie te verzekeren, om een ​​goed evenwicht te creëren tussen consument, producent en mijnwerker.

Wij onderschrijven de verklaring van de president waarin hij het belang erkent van het gebruik van water in droge landstaten voor huishoudelijke en irrigatiedoeleinden.

Wij zijn voorstander van niet-discriminerende transportkosten en verklaren voor de vroegtijdige correctie van ongelijkheden in dergelijke kosten.

Wij zijn voorstander van het aannemen van wetgeving die de grootst mogelijke mate van zelfbestuur verleent aan Alaska, Hawaii en Puerto Rico, en uiteindelijk de staat van Alaska en Hawaï.

Wij zijn voorstander van de uitbreiding van het kiesrecht voor de mensen van het District of Columbia. Wij bieden deze naoorlogse programma's aan:

Een voortzetting van ons beleid van volledige uitkeringen voor ex-militairen met speciale aandacht voor gehandicapten. We maken het onze eerste plicht om werkgelegenheid en economische zekerheid te verzekeren aan iedereen die heeft gediend in de verdediging van ons land.

Prijsgaranties en oogstverzekering voor boeren met alle praktische stappen:

Om de landbouw op gelijke voet te houden met industrie en arbeid.

Om het succes van de kleine zelfstandige boer te bevorderen.

Om het eigenwoningbezit van familiebedrijven te ondersteunen.

De elektrificatie van het platteland uitbreiden en bredere binnenlandse en buitenlandse markten voor landbouwproducten ontwikkelen.

Adequate vergoeding voor werknemers tijdens demobilisatie.

De vaststelling van aanvullende humanitaire, arbeids-, sociale en landbouwwetgeving als de tijd en ervaring dit vereisen, inclusief de wijziging of intrekking van wetten die de afgelopen jaren zijn uitgevaardigd en die haar doel niet hebben bereikt.

Bevordering van het succes van kleine bedrijven. Vroegst mogelijke vrijgave van oorlogscontroles.

Aanpassing van belastingwetten aan een groeiende economie in vredestijd, met vereenvoudigde structuur en oorlogsbelastingen die zo snel mogelijk worden verlaagd of ingetrokken.

Aanmoediging van risicokapitaal, nieuwe ondernemingen, ontwikkeling van natuurlijke hulpbronnen in het Westen en andere delen van het land, en de onmiddellijke heropening van de goud- en zilvermijnen van het Westen zodra er mankracht beschikbaar is.

We bevestigen ons vertrouwen in concurrerende particuliere ondernemingen, vrij van controle door monopolies, kartels of willekeurige particuliere of openbare autoriteiten.

Wij beweren dat de mensheid in de vier vrijheden gelooft.

Wij geloven dat het land met de grootste mate van sociale rechtvaardigheid tot de grootste prestaties in staat is.

Wij zijn van mening dat raciale en religieuze minderheden het recht hebben om gelijk te leven, zich te ontwikkelen en te stemmen met alle burgers en de rechten te delen die worden gegarandeerd door onze grondwet. Het Congres moet zijn volledige grondwettelijke bevoegdheden uitoefenen om die rechten te beschermen.

Wij geloven dat zonder verlies van soevereiniteit, wereldontwikkeling en duurzame vrede binnen het bereik van de mensheid liggen. Ze zullen komen met het grotere genot van die vrijheden door de volkeren van de wereld, en met de vrijere stroom onder hen van ideeën en goederen.

Wij geloven in het wereldrecht van alle mensen om nieuws te schrijven, te verzenden en te publiceren tegen uniforme communicatiesnelheden en zonder inmenging van een overheidsmonopolie of een particulier monopolie en dat recht moet worden beschermd door een verdrag.

Aan deze overtuigingen onderschrijft de Democratische Partij.

Deze principes belooft de Democratische Partij in plechtige oprechtheid te handhaven.

Ten slotte stuurt deze Conventie haar hartelijke groeten aan onze geliefde en weergaloze leider en president, Franklin Delano Roosevelt.

Hij staat voor de natie en de wereld, de kampioen van menselijke vrijheid en waardigheid. Hij heeft ons volk gered van de verwoestingen van een economische ramp. Zijn zeldzame vooruitziende blik en geweldige moed hebben onze natie gered van de aanval van internationale bandieten en dictators. Door de vurige hoop van zijn leven te vervullen, heeft hij al het fundament gelegd van duurzame vrede voor een onrustige wereld en het welzijn van onze natie. De hele mensheid is zijn schuldenaar. Zijn leven en diensten zijn een grote zegen voor de mensheid geweest.

Dat God hem naar lichaam en geest sterk mag houden om zijn nog onvoltooide werk voort te zetten, is onze hoop en ons gebed.

APP Opmerking: Het American Presidium Project gebruikte de eerste dag van de nationale nominatieconventie als de "datum" van dit platform, aangezien het originele document ongedateerd is.


Nationale politieke conventies vergelijkbaar met of vergelijkbaar met 1944 Democratic National Convention

Gehouden in Chicago, Illinois, 27 juni - 2 juli 1932. De conventie resulteerde in de benoeming van gouverneur Franklin D. Roosevelt van New York voor president en voorzitter van het Huis John N. Garner uit Texas voor vice-president. Wikipedia

Vastgesteld tijdens de Democratische Nationale Conventie van 1944, op 21 juli 1944. Genomineerd als running mate van president Franklin D. Roosevelt in zijn poging om herkozen te worden voor een vierde termijn. Wikipedia

Gehouden in het Chicago Coliseum, Chicago, Illinois, van 18 juni tot 22 juni 1912. De partij nomineerde president William H. Taft en vice-president James S. Sherman voor herverkiezing voor de presidentsverkiezingen van 1912 in de Verenigde Staten. Wikipedia

Gehouden in het International Amphitheatre in Chicago, Illinois van 21 juli tot 26 juli 1952, dezelfde arena die de Republikeinen een paar weken eerder hadden verzameld voor hun nationale conventie van 7 juli tot 11 juli 1952. Vier grote kandidaten zochten de presidentiële nominatie: de Amerikaanse senator Estes Kefauver van Tennessee, gouverneur Adlai Stevenson II van Illinois, senator Richard Russell van Georgia en Averell Harriman van New York. Wikipedia

Presidentiële nominatieconventie, gehouden in het Wells Fargo Center in Philadelphia, Pennsylvania, van 25 tot 28 juli 2016. De conventie verzamelde afgevaardigden van de Democratische Partij, de meerderheid van hen gekozen via een voorgaande reeks voorverkiezingen en caucussen, om een ​​kandidaat voor te dragen voor president en vice-president bij de presidentsverkiezingen van 2016 in de Verenigde Staten. Wikipedia

Presidentiële nominatieconventie die werd gehouden van 17 tot 20 augustus 2020 in het Wisconsin Center in Milwaukee, Wisconsin, en vrijwel overal in de Verenigde Staten. Op de conventie kozen afgevaardigden van de Democratische Partij van de Verenigde Staten formeel voormalig vice-president Joe Biden en senator Kamala Harris van Californië als de genomineerden van de partij voor respectievelijk president en vice-president bij de presidentsverkiezingen van 2020. Wikipedia

Gehouden in Convention Hall in Kansas City, Missouri, van 12 juni tot 15 juni 1928. Omdat president Coolidge onverwacht had aangekondigd dat hij zich in 1928 niet herkiesbaar zou stellen, werd minister van Handel Herbert Clark Hoover de natuurlijke koploper voor de Republikeinse voordracht. Wikipedia

Gehouden in Philadelphia Convention Hall in Philadelphia, Pennsylvania, van 12 juli tot 14 juli 1948, en resulteerde in de nominaties van president Harry S. Truman voor een volledige termijn en senator Alben W. Barkley van Kentucky voor vice-president bij de presidentsverkiezingen van 1948 . Dat het oostelijke gebied van Pennsylvania deel uitmaakte van de nieuw ontwikkelde markt voor televisie-uitzendingen. Wikipedia

Gebeurtenissen uit het jaar 1944 in de Verenigde Staten. <| opvouwbaar samengevouwen" Wikipedia


Het jaar waarin de Veepstakes er echt toe deden

Als je op zoek bent naar de meest consequente VP-keuze in de moderne tijd - een die onze obsessie met 'veepstakes' rechtvaardigt - kijk dan naar 1944.

Jeff Greenfield is een vijfvoudig Emmy-winnende netwerktelevisie-analist en auteur.

Het is het onderwerp dat de komende drie weken van politieke berichtgeving zal domineren - en als de geschiedenis een leidraad is, maakt het misschien helemaal niet zoveel uit. "Het" is de veepstakes, wanneer de presidentskandidaten hun running mates aankondigen.

Op 20 januari 2017 om 12.00 uur wordt de winnaar van de presidentsverkiezingen van november beëdigd. Op die dag zou Donald Trump, op 70-jarige leeftijd, de oudste president worden bij de inauguratie in de Amerikaanse geschiedenis Hillary Clinton, die slechts enkele weken voor de verkiezingen 69 wordt. verkiezing, zou de op een na oudste zijn, alleen achter Ronald Reagan. Deze keer is het gemakkelijk voor te stellen dat de keuze van de presidentiële running mate er echt toe kan doen.

Maar ondanks alle koortsachtige speculatie voorafgaand aan de keuze en analyse na de keuze, is er een goede zaak dat de kandidaat voor de vice-president op zijn best een marginaal verschil maakt. Eerder dit jaar betoogden twee academici in deze ruimte dat de running mate bijna nooit zijn of haar thuisstaat aflevert. De kracht die andere keuzes misschien hadden - Al Gore onderstreepte Bill Clintons 'toekomst versus verleden'-thema in 1992, Dick Cheney's 'gravitas' voor George W. Bush in 2000 - kan het beste worden beperkt tot het 'wie weet?' rijk (het is moeilijk om een ​​contrafeitelijk argument te argumenteren).

Het is zelfs moeilijk te betogen dat de minder gunstige keuzes enige echte impact hadden: de mond-in-klauwzeer van Spiro Agnew, Dan Quayle's hert-in-de-koplampen leegte, de schetsmatige zakelijke transacties van de echtgenoot van Geraldine Ferraro en de cognitieve uitdagingen van Sarah Palin waren hoogstens voetnoten - geen van hen hielp uiteindelijk om de verkiezing te beslissen. Zelfs de meest rampzalige keuze van de VP - George McGoverns keuze van senator Thomas Eagleton, die van het ticket moest worden geworpen nadat zijn geschiedenis van geestelijke gezondheid werd onthuld - betekende niet veel in de context van Richard Nixon's 49-state aardverschuiving in 1972.

Waarom Running Mates er minder toe doen dan je denkt

Door KYLE C. KOPKO en CHRISTOPHER J. DEVINE

Er is echter één keuze voor een running mate die zeer waarschijnlijk de loop van de geschiedenis heeft veranderd - een waarbij elke keuze tussen drie sterke kanshebbers zou hebben geleid tot drie radicaal verschillende trajecten voor de natie.

Als je op zoek bent naar de meest consequente vice-presidentiële keuze in de moderne tijd - een die misschien onze vierjaarlijkse obsessie voor de veepstakes rechtvaardigt - kijk dan terug naar de Democratische conventie van 1944.

Toen het congres van 1944 naderde, was er geen echte twijfel over wie de Democratische presidentskandidaat zou zijn. Franklin Delano Roosevelt had in 1940 ernstige tegenstand ondervonden toen hij de traditie van "geen derde termijn" brak die begon met George Washington, maar te midden van een wereldwijde oorlog was er weinig animo om de opperbevelhebber te ontslaan. Bovendien hadden de Republikeinen de 42-jarige gouverneur van New York, Thomas Dewey, voorgedragen, die zijn reputatie als liberale hervormer naar de campagne bracht en de populaire gouverneur van Ohio, John Bricker, had gekozen als zijn running mate. Het GOP-ticket was formidabel. FDR, dachten de Democratische machten, was de enige kandidaat die hen kon stoppen.

Zoveel waren ze het eens. Er was echter diepe verdeeldheid over wie Roosevelt als zijn running mate moest kiezen - en om een ​​reden die de normale politieke argumenten ver oversteeg: FDR was stervende.

Het was een veroordeling van een grote verscheidenheid aan mensen die in contact waren gekomen met Roosevelt - en geen daarvan werd aan het publiek onthuld.

FDR was stervende. Bij het kiezen van zijn running mate, kozen ze de volgende president. En het publiek had geen idee.

In maart 1944 onderzocht Dr. Howard Bruenn de president op verzoek van de arts van de FDR. Bruenn schreef dat Roosevelt 'een vermoeid, grijs en uitgeput persoon was, die bij de minste inspanning kortademig werd. Het onderzoek van zijn ogen bracht enkele veranderingen aan het licht als gevolg van arteriosclerose en hypertensie.” Andere medische experts waren het daarmee eens. Begin juli, een paar weken voor de nationale conventie, bestudeerde een team van artsen Roosevelt. Een van die artsen, Frank Lahey, schreef een memo aan de huisarts van de FDR, waarin hij ronduit verklaarde: “Ik geloofde niet dat als de heer Roosevelt opnieuw tot president zou worden gekozen, hij de fysieke capaciteit had om een ​​termijn te voltooien. … Ik was van mening dat hij gedurende de vier jaar van nog een termijn met zijn lasten opnieuw hartfalen zou krijgen en niet in staat zou zijn om het af te maken.”

Democratische politieke insiders deelden die mening privé. Toen Robert Hannegan, voorzitter van het Democratisch Nationaal Comité en zijn vrouw in juni 1944 het Witte Huis bezochten, waren ze zo ontsteld over de gezondheid van de president dat het paar er urenlang gekweld door was in gesprek. Naarmate de conventie dichterbij kwam, wisten de Democratische machthebbers wat het publiek niet wist: bij het selecteren van de running mate van Roosevelt, kozen ze vrijwel zeker de volgende president van de Verenigde Staten.

Het vice-voorzitterschap dat niemand zou moeten willen

Maar waarom moest er een keuze worden gemaakt? Vier jaar eerder was Henry Wallace inderdaad op aandringen van FDR zelf op de kaart gezet, Roosevelt was zo onvermurwbaar om samen te werken met zijn toenmalige staatssecretaris van landbouw dat toen er serieuze oppositie ontstond - hij te toegewijd was aan burgerrechten, te liberaal voor conservatievere democraten, te 'enthousiast' over spiritualisme - de enige manier waarop Roosevelt hem op de kaart kreeg, was door publiekelijk te dreigen dat hij anders de presidentiële nominatie zou afwijzen.

Tegen 1944 was vice-president Wallace een held voor zowel de georganiseerde arbeid als de steeds machtiger wordende Afro-Amerikaanse gemeenschappen in de grootste steden van Amerika. Maar onder de Democratische elite was de oppositie tegen hem nog vuriger dan in 1940.

Wallace's volledige aanklacht tegen segregatie wakkerde de oppositie in het hele Zuiden aan, wat een vitaal blok van de Democratische coalitie boos maakte. Zijn linkse impulsen brachten hem ertoe om het essay van TIME-LIFE-uitgever Henry Luce uit 1941 over "de Amerikaanse eeuw" te beantwoorden met een toespraak waarin Wallace het "de eeuw van de gewone man" uitriep, met het argument dat "geen enkele natie het door God gegeven recht zal hebben om andere naties uit te buiten. … er mag geen militair of economisch imperialisme zijn.” Voor democratische insiders als Hannegan, DNC-penningmeester Ed Pauley, burgemeester van Chicago Ed Kelly en anderen was Wallace gewoon te ongedisciplineerd en onbetrouwbaar om het Oval Office te bezetten.

Op een gegeven moment was James Byrnes het duidelijkste alternatief voor Wallace, die in het Huis, de Senaat en het Hooggerechtshof had gediend voordat hij door Roosevelt werd geplukt om het Office of War Stabilization te leiden - in feite maakte hij hem, in de eigen woorden van Roosevelt , "assistent-president."

Maar om het zacht uit te drukken, waren er problemen met Byrnes. In zijn rol als 'assistent-president' had hij de arbeiders woedend gemaakt met edicten over loonsverhogingen. Hij was een katholiek die van geloof was veranderd toen hij met een episcopaal trouwde, en insiders van de partij waren bang dat zijn bekering van het katholicisme een belediging zou zijn voor blanke etnische groepen in steden in het hele noorden. En de opvattingen van Byrnes over ras waren volledig een afspiegeling van zijn roots in South Carolina: hij was ooit tegen federale anti-lynchwetten op grond van het feit dat lynchen een effectief middel was om 'de neger in het zuiden in toom te houden'.

Nate Silver van FDR

Het is een maatstaf voor de keren dat deze opvattingen niet onmiddellijk diskwalificerend leken voor de Democratische bazen of president Roosevelt - die Byrnes meer dan eens verzekerde dat hij zijn keuze was als running mate. Natuurlijk, omdat FDR FDR was, had hij Henry Wallace dat ook verzekerd: hij was de favoriete kandidaat en ging zelfs zo ver dat hij een openbare notitie schreef: "Als ik een afgevaardigde was", zou ik op Wallace stemmen - een "goedkeuring" die zo ver achterblijft bij enthousiasme dat het de "kus des doods" werd genoemd brief.

Vlak voor de Democratische conventie ontmoette een aantal partijdige koningmakers Roosevelt in het Witte Huis om te betogen dat noch Wallace noch Byrnes acceptabele running mates zouden zijn. Wat Roosevelt uiteindelijk overreedde om Byrnes te verlaten, was de onverzoenlijke oppositie van vakbondsleider Sidney Hillman - wiens vetorecht tijdens de ambtstermijn van FDR aanleiding gaf tot de Republikeinse smoes dat als het op beleid aankwam, de heerschappij van de FDR 'duidelijk was met Sidney'.

De president leek akkoord te gaan met hun compromiskeuze: senator Harry Truman uit Missouri.

Kingmakers ontmoette FDR en overtuigde hem ervan dat noch Wallace noch Byrnes acceptabele running mates zouden zijn.

Hij ondertekende hun compromiskeuze: Truman.

Maar de voorkeur van Roosevelt deed er bijna niet toe. Wallace had de steun van een meerderheid van de afgevaardigden, evenals de overweldigende meerderheid van de Democraten in het hele land. In 1944 bleek uit een Gallup-enquête dat 65 procent van de Democraten Wallace steunde als de running mate van de FDR, terwijl de relatief onbekende Truman steun kreeg van slechts 2 procent.

Op donderdag 20 juli, de tweede avond van de Democratic National Convention, brak een enorme pro-Wallace-demonstratie uit. Senator Claude Pepper uit Florida, een van de meest liberale leden van het Congres, probeerde zich een weg naar het podium te vechten om de naam van Wallace op de nominatie te zetten - een stap die waarschijnlijk zou hebben geleid tot een stormloop van stemmen. Maar de voorzitter van de conventie, de burgemeester van Philadelphia, David Lawrence, riep plotseling op tot een stem om de dag te schorsen. Ondanks de duidelijke overweldigende vocale meerderheid van "nees!", besloot Lawrence de conventie af te sluiten met senator Pepper op slechts een paar meter afstand van de microfoons.

De volgende dag hadden de nachtelijke inspanningen van Hannegan, burgemeester Kelly van Chicago, de Democratische baas van Bronx County, Ed Flynn en anderen hun vruchten afgeworpen: hoewel Wallace bij de eerste stemming leidde met 429,5 stemmen (Truman had 319,5), kwam hij beduidend tekort voor een meerderheid. Bij de tweede stemming was de rush naar Truman begonnen.

In november won het Roosevelt-Truman-ticket 432 kiesmannen. In april 1945, minder dan drie maanden nadat hij aan zijn vierde ambtstermijn was begonnen, was FDR aan een beroerte overleden. Truman was nu de president.

Byrnes werd Truman's minister van Buitenlandse Zaken en vervolgens gouverneur van South Carolina, waar hij zich onvermurwbaar verzette tegen schoolintegratie terwijl hij probeerde de gewelddadige reacties van de Ku Klux Klan te onderdrukken.

Wallace werd Truman's minister van Handel, maar nadat hij scherp had gebroken met Truman's Koude Oorlog-beleid, ontsloeg de president hem. In 1948 nam Wallace het op tegen Truman als presidentskandidaat van de Progressive Party, een organisatie die onder toenemende controle kwam van de Amerikaanse Communistische Partij. Hij kreeg 2,5 procent van de stemmen. Vier jaar later schreef Wallace een essay, Waar ik fout was, waarin hij toegaf dat hij naïef was geweest over de misdaden van Joseph Stalin, de aard van de Sovjet-Unie en de internationale bedoelingen van de USSR.

Stelt u zich eens voor dat Claude Pepper op dat congresplatform was gekomen? in 1944 en zette Wallace's naam op de nominatie: de Verenigde Staten zouden de naoorlogse periode waarschijnlijk hebben geconfronteerd met een president die, naar zijn eigen latere erkenning, gevaarlijk naïef was over de Sovjets. Revisionistische historici, waaronder filmmaker Oliver Stone, suggereren dat er geen Koude Oorlog zou zijn geweest. Maar gezien wat we weten over de bedoelingen van de Sovjet-Unie en de macht van communistische partijen in West-Europa, is het ook denkbaar dat de VS een appeasement-beleid hebben aangenomen ten aanzien van Stalins expansionistische doelen, en na Wallace geconfronteerd werden met een continent dat gedomineerd werd door Moskou tot aan het Engelse kanaal.

Stel je president Wallace voor, een Sovjet-sympathisant. Of president Byrnes, een volledige segregationist.

In plaats daarvan hebben we president Harry Truman.

Of stel je voor dat Roosevelt op de een of andere manier arbeid had overgehaald om Byrnes te ondertekenen. Wat zou het voor een totale segregationist hebben betekend om in het Oval Office te zijn geweest, net toen de naoorlogse vraag naar raciale rechtvaardigheid begon te groeien? Zou de Democratische conventie van 1948 het sterke platform voor burgerrechten hebben goedgekeurd dat de historische spanning binnen de partij tussen het liberale noorden en het segregationistische zuiden begon op te lossen? Zou de Amerikaanse strijdkrachten dat jaar zonder Truman's uitvoerend bevel zijn gedesegregeerd? Het is gemakkelijk voor te stellen dat de Republikeinse Partij – toen zonder een zuidelijke aanwezigheid en met vurige voorstanders van burgerrechten in de voorste gelederen – onder een Byrnes-voorzitterschap de voorkeurspartij had kunnen zijn voor Afro-Amerikanen voor generaties.

Dus laat de veepstakes-obsessie doorgaan, laat talloze dode bomen en pixels worden besteed aan het achtervolgen van de Gingriches en Kaines, de Pences en Castro's, de Christies en de Warrens. Misschien deze keer de running mate zullen een duidelijk, meetbaar verschil maken, maar het is gewoon moeilijk voor te stellen dat het in de buurt komt van de eersterangs impact die de keuze voor de tweede plaats meer dan zeven decennia geleden had.


New Deal ongedaan maken: de coup van 1944 tegen vice-president Henry Wallace

Terwijl u hier bent, willen we ervoor zorgen dat u weet hoe belangrijk de steun van mensen zoals u is voor ons werk.

Naarmate 2021 zich ontvouwt, zal compromisloze en meedogenloos kritische journalistiek die de wortels van de crises waarmee we worden geconfronteerd, belangrijker zijn dan ooit. We vertrouwen niet op advertenties om ons werk te financieren - we vertrouwen op onze lezers en kijkers.

Als je ons wilt helpen om meer van het radicaal onafhankelijke nieuws en de diepgaande analyses die The Real News biedt te blijven produceren, overweeg dan om een ​​fiscaal aftrekbare donatie te doen of een maandelijkse sponsor te worden.

PAUL JAY: Welkom bij het Real News Network. Ik ben Paul Jay. Op het Real News hebben we veel berichtgeving, verhalen, gedaan over de strijd binnen de Democratische partij tussen de Sanders-vleugel en wat ik de oligarchische ring zou noemen, ook wel de Clinton-vleugel of de Clinton/Obama genoemd. vleugel, ook wel de Corporate Democratische vleugel genoemd. Welnu, we willen een beetje teruggaan in de geschiedenis en praten over de oorsprong van deze strijd. Tenminste, een van de cruciale keerpunten. We gaan niet ver terug naar het begin van de Democratische partij. Ga een beetje terug naar Roosevelt en de New Deal en Henry Wallace, die van '41 tot '45 de vice-president van Roosevelt werd, wat gebeurt er in 1944 als Wallace wordt gedumpt als de vice-president van Roosevelt, en Wallace vertegenwoordigt misschien wel de meest progressieve politiek die een ondeugd president zeker ooit gehad. Misschien wel de meest vooruitstrevende politiek die iemand ooit zo'n macht heeft gekregen in de Verenigde Staten. We zullen in de loop van een paar segmenten doornemen hoe deze strijd zich ontvouwde en het Sanders-gevecht en de Sanders-vleugel van het partijgevecht met de Corporate Democratic-vleugel in een historische context plaatsen. Nu komt historicus Peter Kuznick bij ons om dat allemaal te bespreken, die zich nu bij ons voegt vanuit zijn huis in Washington. Peter is hoogleraar geschiedenis en directeur van het Nuclear Studies Institute van de American University. Hij is de co-schrijver met Oliver Stone, The Untold History of the United States. Bedankt dat je weer bij ons bent gekomen, Peter. PETER KUZNICK: Blij om hier te zijn, Paul. PAUL JAY: Laten we beginnen met het geven van wat context aan mensen die dat nog niet hebben gedaan, zeker jongere mensen die deze geschiedenis niet kennen. Ten eerste, laat me zeggen dat we een meerdelige serie met Peter hebben gemaakt over de hele Oliver Stone-serie die hij samen met Peter heeft gemaakt. Ik dring er echt bij je op aan om dit te bekijken, want het gaat diep in op veel van de geschiedenis. We gaan in op deze specifieke invalshoek van hoe dit zich ontvouwt in de Democratische partij in de komende decennia na de oorlog. Laten we, om de context te bepalen, enkele van de basiswerkzaamheden doornemen. Geef ons eerst een beetje context. Roosevelt wordt niet gekozen als een superliberale, progressieve New Dealer, maar gegeven in de Depressie wordt dat wel en Wallace heeft daarin een rol te spelen. Misschien kun je ons hiermee op weg helpen, Peter. PETER KUZNICK: Nou Paul, laat ik het om te beginnen een beetje anders formuleren. Als we kijken naar de Democratische partij in de jaren dertig en de eerste helft van de jaren veertig, zien we haar als een progressieve partij. Als we iets verder teruggaan, zelfs naar de regering-Wilson, dan heb je een liberaal internationalistisch soort partij. Het wordt volgens Wilsons beleid over de hele wereld zeer, zeer contrarevolutionair. Wilsoniaans progressivisme had weliswaar bepaalde hoge idealen die we in zijn naoorlogse programma zien, maar de realiteit van Wilsons beleid was veel conservatiever en contrarevolutionair, zoals we zien in het Verdrag van Versailles en wat de Volkenbond zou zijn geweest. de Verenigde Staten omarmden het. Het zou, zoals critici destijds beweerden, een verdediging van het Europese kolonialisme zijn geweest. Laten we in plaats daarvan naar de jaren twintig gaan, want in de jaren twintig was de Democratische partij erg conservatief. Op de conventie van 1924 werd het zelfs gedomineerd door de Klu Klux Klan. Je hebt altijd een splitsing gehad in de Democratische partij. Er waren bepaalde progressieve elementen. De Bryan Wing was in sommige opzichten internationaal, wereldwijd vooruitstrevend. Hoewel, cultureel, zoals ik al zei, veel conservatiever. In de jaren twintig heb je sterk rechts in de Democratische partij. Zelfs Al Smith, de Democratische kandidaat in 1928, slaat scherp naar rechts in de jaren dertig, is een tegenstander van de New Deal, kiest de kant van de DuPonts en de Morgans en de andere rechtse vleugelspelers in de jaren dertig in hun verzet tegen de New Deal en heeft misschien betrokken was bij deze Smedley Butler coup waar we het eerder over hadden. De Democratische partij heeft altijd een gemengde erfenis gehad. Er waren momenten, er zijn veel momenten geweest, van echte progressieve belofte, maar de algemene geschiedenis is niet consequent progressief geweest. Dingen veranderen in de jaren dertig van de vorige eeuw toen je bezig was. Ze veranderen, Roosevelt wordt verkozen in 1932, in geen geval als een vlammende progressief. In feite valt hij Hoover en de Republikeinen van rechts in vele opzichten aan tijdens de campagne. Hij valt Hoover aan omdat hij het budget uit balans heeft gebracht, omdat hij tijdens de campagne van 1932 een te grote uitgave had gedaan. Er waren glimpen van de New Deal in sommige van zijn toespraken en verklaringen, maar je had niet verwacht, of had niet kunnen voorzien, dat Roosevelt zou veranderen in het soort progressieve visionaire leider dat hij tot op zekere hoogte in de jaren dertig, vooral tijdens zijn tweede termijn en vervolgens tijdens de oorlogsperiode. Ik denk dat we dat grotendeels moeten begrijpen in de context van de algemene verschuiving in de Amerikaanse politiek in de jaren dertig. De belangrijkste kracht was natuurlijk de arbeidersbeweging. Je hebt de AFL naar links laten bewegen en je hebt de opkomst van de CIO, die nu industrieel Amerika organiseerde. Dat onderbouwt, dat is de ruggengraat van de Democratische partij in de jaren dertig. We zien die invloed van de arbeidersbeweging, vooral in de verkiezingen van 1936, waarbij de Democraten de verkiezingen over het hele land verspreiden. De New York Times verklaart dat rechts van de Republikeinen dood is en dat ze nooit meer zullen opstaan. Helaas hadden ze het bij het verkeerde eind. Het was een duidelijke overwinning voor liberale, linkse, progressieve krachten. We zien dezelfde soort verandering optreden bij de Afro-Amerikaanse beweging, bij Amerikaanse intellectuelen. I wrote a book, for example, about the shift in American scientists in the 1930s, how the scientists begin the decade as perhaps the most conservative force in American politics and they end up the decade as the most left wing force in American politics. In the December 1938 election for president of the triple AS, the largest scientific body in the United States, all five leading vote getters were proponents of the Science and Society movement and the president of the triple AS, Walter Cannon was not only a socialist but he was very pro-Soviet in the 1930, Harvard physiologist. That kind of shift is taking place across the country in the 1930s. Roosevelt rode that wave and Henry Wallace was his secretary of agriculture in the first two terms of the New Deal. PAUL JAY: Peter, before we continue with the story, let me suggest the framing at least the way I look at this. I don’t know if you agree. The Democratic party and the Republican party as well, but the Democratic party more so, it’s an alliance of different classes. It’s not just a dispute or fight over ideology, that some people believe in progressive values and some people believe in conservative values. There’s a class alliance here between sections of the elites, which include sections of the oligarchy at the time in the ’20s or ’30s and going forward, sections of the working class, especially starting in the ’30s, represented by the trade unions. There’s a convergence of interest and also a battle that takes place within the party between these class forces that gets represented through progressive ideas or conservative ideas. The elites have always, with perhaps a few exceptional moments, really been dominant even if there’s been some breakthroughs. Even during Roosevelt’s time while he proposes a progressive policies he clearly does it to save capitalism. I’m not suggesting that it would have been better to have some other kind of onerous policy. The New Deal was better for people. He wasn’t a left winger looking to be anti-capitalist. Still represented the section of the elites. PETER KUZNICK: Yes, I agree with you. Roosevelt was a pragmatic politician. The Democratic party was a coalition of progressive forces and reactionary forces. You have to remember that the Democratic party’s strength during that time was in the south. The southern Democrats had the most seniority and they controlled the key positions in the legislature. Roosevelt was always walking this tightrope w here he had to placate and try to slowly bring along the southern Democrats, by ’68, they move to become Republicans but between ’32 and ’68 they’re very much part of the Democratic coalition. PAUL JAY: And they’re thoroughly racist, yes? PETER KUZNICK: Strongly racist. Support aspects of the New Deal but they even tweak the New Deal in ways to make sure that Blacks are not going to get equal benefits with whites in the south. It’s always a struggle for the soul of the Democratic party. Roosevelt was more pragmatic than he was ideological and progressive. His wife, Eleanor was much more progressive and always pushing him to the left on these policies, much more sympathetic to the civil rights movement and was a big supporter of course of Henry Wallace’s. Wallace, as representing a wing of the party that was the opposite of the southern reactionary Democrats. We also have during this time the rise of fascism. Roosevelt supported the neutrality during the late 1930s, which stopped the United States from supporting the Republican forces in the Spanish Civil War. Roosevelt later said it was a terrible mistake but if we had intervened to support the progressives in the Spanish Civil War against Franco and Mussolini and backed by Hitler, we could have perhaps preempted a lot of the terrible things that are going to happen in the 1930s and 1940s. The Soviets would not have been the only force supporting the left in Spain perhaps in the 1930s. You had Churchill, for example, supporting Franco and the fascists. Roosevelt had maintained this neutrality. When he was looking to run again in 1940 he knew the United States was inching toward war with Nazi Germany and perhaps Japan. He wanted a leading progressive on the ticket. The most outspoken anti-fascist in the New Deal coalition in the ’30s was Henry Wallace. Wallace was a real internationalist. He caused a rebound in the agricultural economy. Farmers were quite progressive during the 1930s to go along with labor. Wallace had a strong constituency but the party bosses who had enormous influence in the party during this period, the party bosses opposed Wallace. Why did they oppose him? Partly because he was much too progressive for the party bosses who came out of the big urban machines in large part and partly because he had never been a Democrat. His father had been Secretary of Agriculture under Harding and Coolidge. PAUL JAY: Wallace himself was a Republican to begin with, wasn’t he? PETER KUZNICK: He didn’t change his party affiliation until the mid ’30s. The party bosses didn’t trust him for that but they also thought he was potentially much too radical, much too outspoken and the party bosses, the Walkers and the Haigs and Kelly and these people, were much more conservative. PAUL JAY: How much in terms of the design of the New Deal, these direct national work programs where millions of people were hired and an enormous amount of stimulus to the economy and various regulations both in terms of Wall Street and commodities, how much was that Wallace? What kind of role did he play in that? PETER KUZNICK: I would give more of the credit to Roosevelt himself on a lot of that. Wallace had some influence, especially on the foreign programs and the overall tenor of the administration. You also had people like Francis Perkins, Harold Ickes, you had a lot of progressives. That’s part of the tragedy of what happens under Truman. Wallace is going to be the last of the New Deal progressives to survive until 1946. Truman is going to purge the party. Just as we see the Democratic leadership under Perez now trying to purge the Bernie Sanders supporters from the Democratic National Committee, we saw Truman purge the New Dealers from the Democratic party and the cabinet in the mid-1940s. PAUL JAY: Let’s tell them a little bit of the story of what happens to Wallace in ’44. Now again you’ll see linked over to the side if you’re on the RealNews.com watching this, and you should be because there’s a lot more on our website than on our YouTube site or on other places but over on the side you’ll see the whole history series. In great detail, you’ll see what happened at the convention in ’44 where Wallace is dumped by the right wing of the party. Recap it a bit for us, Peter. PETER KUZNICK: Wallace was the leading progressive force in the party. Roosevelt fought to get him on the ticket in 1940. Roosevelt wrote a letter to the Democratic convention when it looked like they weren’t going to put Wallace on the ticket. Roosevelt wrote a remarkable letter saying that we already have one conservative Wall Street-dominated party in the United States, the Republicans, and if the Democrats aren’t going to be a liberal, progressive, social justice party they have no reason to exist and he turned down the nomination. Eleanor went to the floor of the convention and warned them that he was going to do so and not run for a third term in 1940. They begrudgingly put Wallace on the ticket. Wallace was the progressive vision. When Henry Luce says that the 20th century must be the American century and the United States should dominate the world, Henry Wallace counters with that wonderful speech saying the 20th century must be the century of the common man. He calls for a worldwide people’s revolution. It was Wallace who says that America’s fascists are those people who think that Wall Street comes first and the American people come second. Wallace was the enemy of Wall Street. Wallace opposed British and French colonialism and the British and the French hated Wallace for being the leading spokesperson in opposition to colonialism. He was the leading spokesperson for Black civil rights, for women’s rights. Across the board, Wallace represented everything that we see as good in American progressivism. There were a lot of people out to get him. PAUL JAY: In today’s terms Wallace would be quite to the left of Bernie Sanders. PETER KUZNICK: Far to the left of Bernie Sanders. PAUL JAY: Why does Roosevelt pick someone so on the left? PETER KUZNICK: Because Wallace was also tremendously popular. As the Democratic party convention launches July 20, 1944, Gallup asked potential voters who they wanted on the ticket as vice president. 65% of potential voters said they wanted Wallace back as vice president, 2% said they wanted Harry Truman. Wallace was the second most popular man in America behind Roosevelt. When the magazines in the late ’30s asked who should replace Roosevelt the number one choice was Henry Wallace. Wallace was a safe choice in 1940 and despite what the bosses told him he would have been a safe choice in 1944. The American people, we were fighting a war against fascism in the 1940s. We were a different country. There was a war against fascism, a war against racism. We had our own racism of course but the United States was a much more progressive country devoted to more progressive values. Wallace had the popular support, he had the union support, he had every Black delegate at the Democratic convention in 1944. He was the choice of the people. Roosevelt knew that in ’40 and he wanted a leading outspoken, anti-fascist on the ticket given what he knew we were up against in the 1940s. PAUL JAY: The party dumps him anyway in ’44, which is a little bit similar, as you said, to what’s happening now with Sanders clearly being the most popular Democratic party politician and the party machine bosses and corporate Democrats doing whatever they can behind the scenes to try to prevent him from getting the nomination. Tell us about what happened in ’44. PETER KUZNICK: In ’44 the support was for Wallace but Edwin Pauley, the party treasurer, ran what Pauley called Pauley’s Coup, he proudly referred to it as, in conjunction with Bob Hannegan, the Democratic party chair. They run an operation. Roosevelt by ’44 is very, very weak. It’s clear to everybody that he’s not going to last another term. He was the only one who was in denial really about that. They went around saying, for the nomination for vice president they were saying, “We’re not just nominating a vice president. We’re nominating the next President of the United States.” They made all the deals. They tried to keep the progressives, the Wallace supporters from ever getting access to Roosevelt. They cooked the convention basically. They stacked the convention with anti-Wallace delegates. The problem was that Wallace was so popular. The night the convention starts, July 20th, Wallace makes the seconding speech for Roosevelt. Even though the party bosses had the convention already stacked and fixed in 1944, like they did in 2016. After Wallace’s speech there’s a spontaneous demonstration on the floor. It lasts for about an hour. Among the leaders are people like Hubert Humphrey and Adlai Stevenson. In the midst of that, Senator Claude Pepper from Florida, nicknamed Red Pepper because of his progressive views, realized that if he could get to the microphone and get Wallace’s name and nomination that night, Wallace will sweep the convention, get the nomination for vice president, defy the bosses, and be back on the ticket. Pepper fights his way to the microphone. The party bosses see what’s going on. You’ve got Mayor Kelly of Chicago, it was in Chicago, screaming, “It’s my convention. This is a fire hazard. Adjourn immediately.” Sam Jackson is chairing it. He said he had orders to not let Wallace get the nomination and he says, “I’ve got a motion to adjourn. All in favor, aye.” Maybe 5% say aye. “All opposed, nay.” The rest of the convention booms out nay. Jackson says, “Motion carried. Meeting adjourned.” Pepper was literally five feet from the microphone when that happened. Oliver Stone and I argue in the Untold History is that had Pepper gotten five more feet to the microphone and got Wallace’s name in nomination, Wallace would be back on the ticket of vice president. He would become president on April 12th, 1945 when Roosevelt died, instead of Truman. History would have been different. There definitely would have been no atomic bombings in World War Two. Wallace becomes the leading opponent of the atomic bomb. There almost certainly would have been no Cold War or if there was some contention it would never have taken the virulent form that it took between the United States and the Soviets starting in 1945, ’46, ’47. That’s how close we came to a dramatically different history. Five feet. Five feet and a few seconds. PAUL JAY: Okay. In the next segment of our interview we’re going to pick up the story with the Truman presidency and as Peter said, the purging of the New Dealers and such from the Democratic party. Please join us with Peter Kuznick on The Real News Network for part two.


Lost History

In light of recent events and actions of the current administration and Congress, I would like to share with you a chapter from my book, The Road To Air America. This is a chapter about what was going on before and during World War II in this country. Much of this is not known nor taught in history classes,

Even as Anita and I moved forward towards our vision, my thoughts returned to the past back to the lessons of my father, Charles Drobny.

As we thought about forming a new media company, it was impossible to forget what had happened to liberals in the past. Over the years—again through reading, research, and the experiences passed on to me by my father—I had formed an opinion of the collaboration between industry and the press, and what happens to the people who try to resist it. I thought back to the story of Henry Wallace, Franklin Delano Roosevelt’s Vice President.

I’ve already said that the American firms who profited by arms sales to Germany were worried that their activities would be exposed after the war. This Wall Street crowd hated FDR from the start. Their hatred was so vicious that they actually accused FDR of being a Bolshevik. Roosevelt did not like them any better than they liked him.
Roosevelt was very much concerned about the appeasement of Hitler during the 1930s he was one of the few world leaders who wanted to stop Hitler before he became too powerful. But FDR had many domestic problems caused by the Depression, and furthermore, the American public was isolationist in its attitude towards the rest of the world. He was unable to act on his concern.

Many U.S. newspapers, early on, had praised Hitler for his success in rebuilding Germany in the 1930s and kept a comfortable distance from activities in Hitler’s Nazi Germany. But that obviously changed as the war unfolded and Hitler’s atrocities were revealed. By the time American’s entered the war, the American supporters of the Nazi war machine knew there would be postwar consequences of the public knowing of their activities, once Hitler was defeated. The November 1944 election was instrumental in preventing that scandal from ever seeing the light of day.

The 1944 Democratic convention was held in Chicago in July, 1944. There was no doubt that FDR would be re-nominated. Vice President Wallace was expected to also be re-nominated as his running mate. Wallace was a progressive, and a supporter of labor and civil rights. In addition, like Roosevelt, he was a strong supporter of a postwar friendship with the USSR. Wallace believed that the only reasonable strategy at that point in time was to come to a peaceful postwar agreement with the USSR. Russia had lost nearly 25 million people including 10 million civilians and their country needed to be rebuilt. A friendship with such a devastated nation seemed like the best possible scenario for all parties.

Henry Wallace was firmly in the liberal tradition. Although a single word cannot define or characterize a political philosophy, the word liberal in America today generally refers to one who is receptive to change and new ideas in social terms, and approves of the positive role of government in our lives. Liberalism has its roots in nineteenth century Europe, when freedom from the dominance of church, aristocracy, and absolute state authority became an ascending value. Liberals tend to be concerned with social justice, individual civil liberties, freedom of the press, and the common good, and they expect government to uphold these values.
Wallace was a liberal in the tradition of FDR because he supported an unproven yet reasonable idea that good relations with the post war Soviet Union was a good idea, something that conservatives abhorred. The Soviet system was perceived as a threat to capitalism in the minds of the conservatives. However, the reality was that the Russians had sacrificed dearly during the war and were entitled to a chance for a cooperative relationship.
America was at a critical juncture at the end of the war, in terms of its relation to the Soviet Union. According to Alderman Edwin M. Burke, co-author of a 1996 book with R. Craig Sautter and Richard M. Daley called, Inside the Wigwam, the 1944 Chicago Democratic Convention was the stage on which the very political future of America itself was played.

Burke’s book is a history of Chicago Presidential Conventions from 1860-1996. At the Democratic convention of 1944, the party bosses around the country knew FDR was seriously ill and was likely not finish his fourth term. The idea of Wallace being the next President was a terrifying thought to those in the conservative and Southern wing of the Democratic Party. They were strongly anti-Soviet and new Wallace was disposed towards normalizing relations with the USSR.

Unlike Roosevelt, who was a shrewd politician, Wallace was a true idealist. Although Roosevelt was very progressive in his policies, he knew that the coalition of Southern and conservative Democrats was necessary for the Democrats to win a national election. The party bosses in Chicago, including Chicago Mayor Ed Kelly, intervened just as Wallace was about to be re-nominated. Kelly instructed the Chicago Fire Commissioner at the time to close down the convention hall. The party bosses wanted Harry Truman to be nominated because Truman was part of Missouri machine politics and could easily be manipulated in the postwar policy toward the Soviet Union.

The party bosses succeeded in getting Truman to be FDR’s running mate in a dramatic and brilliant series of political maneuvers. As Wallace was being nominated, Mayor Kelly had the fire commissioner evacuate the Chicago Stadium. He did it by engineering and artificially created fire hazard. The Chicago Stadium doors were opened to the skid row bums in the neighborhood. People poured into the convention in droves causing the overcrowding of the building, which then had to be evacuated because of fire hazard limits. That nomination was postponed for a day. Party bosses quickly took over the process by “influencing” the delegates to switch their allegiance to Truman. [what does “influencing” mean – pressure or bribery?

The nomination of Harry Truman as Vice President and the death of FDR in April, 1945 made it much less likely that Wall Street would be exposed to a the scandal that would have exposed their support of Hitler. It’s not that the machine politicians at the Democratic Convention had any have any particular sympathy for the Wall Street collaborators with Nazi Germany, or lacked ideals. But many of these Democrats were pragmatists. From their business dealings, they knew that Wallace was perceived by the business establishment as even worse than Roosevelt. The Wall Street industrialists also wanted him out as well—which is not to say conservative Democrats conspired with the Wall Street Nazi collaborators. Their interests, however, happened to align, and created a common intention to undermine Wallace’s re-nomination. Machine politicians do not want honest idealists as party heads, and their corrupt practices would not be tolerated by a man like Wallace.

It also set in motion events that would dramatically change the postwar relations with the Soviet Union and the Military Industrial Complex. Unlike Roosevelt, Truman was not able to control the conservative Democrats who were composed mainly of Southern segregationists and right wing militarists. FDR had known the danger of this group, but as a master politician, he also knew he needed them to get elected. Roosevelt recognized Stalin was a ruthless dictator domestically, but again, he had needed his cooperation during the war, and so treated “Uncle Joe” like any other corrupt-but-necessary political boss. In other words, Roosevelt was a pragmatist he knew that without the cooperation of Stalin, there could not be a lasting peace in the postwar.

But Roosevelt’s peace with the USSR was never to be. He died in April, 1945. The postwar Truman doctrine of confrontation with the Soviet Union became the linchpin of American postwar policy. This eventually led to the ascendance of the Military Industrial Complex that Eisenhower would warn us about so articulately.
Truman’s policy of containment satisfied the Wall Street industrialists for three reasons. First, by making Russia the enemy, these industrialists were able to demonize the socialist worker’s movement which at one time had been a powerful force for change in the United States. Second, it allowed the arms industry to continue the business they had so effectively begun with Nazi Germany. Finally, they were able to distract attention from their activities, in that they were beneficiaries of the American Government’s covert use of former Nazi in the Cold War fight. If the American government was making secret use of once-powerful Nazi officers, these individuals’ deeds would never be exposed to the public—nor would the deeds of their collaborators.

One can never know what would have happened had FDR lived, or if Henry Wallace eventually gone on to replace him. One only knows that today the symbiotic relationship between the military and the armament industrialist has grown out of control. The growth of the defense industry has sapped U.S. resources, increased the “demand” for war, and put an increasingly larger concentration of wealth and power in the hands of a few.
Back at the 1944 Democratic Convention in Chicago the coup by the “Right wing of the Democratic Party” that put Truman in charge was never reported in the popular media. It is not part of American history. Ostensibly, according to the press, Wallace was simply not nominated because he was considered too controversial. The newspapers only reported that the Chicago Stadium was closed because of a mysterious fire hazard. But in fact, Wallace had actually been popular with the delegates, and only “controversial” after the fact. When the convention reconvened, it took not one but two ballots to get Truman nominated. Anything else to say about the scandal?

This suppression of liberal values and ideas is nothing short of a danger to democracy. That’s what true believers in democracy are fighting against—the forces that are will go to any lengths to stop the will of the people from being enacted. With our vision of a progressive radio network we wanted to make it more difficult for deceit, manipulation and back room pressure to win the day. Anita and I believe that in politics, like in nature, there is a necessary balance of discourse between forces. Dialogue between conservatives and liberals is what informs the process democratic, and produces the enactment of reasonable legislation and governance. The domination of either side is not in the best interests of the United States, let alone the world.
Our vision for Air America Radio was not liberal domination. It was a place where liberals could contribute to the debate and discourse between opposing and sincere points of view, in a time when that debate is almost entirely dominated by the conservative media. We believe balance must be restored . Otherwise government cannot serve the best interests of the people. In politics, as well as in science it, is the stability caused be opposite and equal forces that make for sustainable and enduring systems.


Public Programs News and Events

The FDR Presidential Library and Museum and the Roosevelt Institute are pleased to announce “FDR’s 4 CAMPAIGNS,” a free public forum on October 21, 2012. The forum will consist of two afternoon panel discussions beginning at 1:30 p.m. in the Henry A. Wallace Center at the FDR Presidential Library and Home. Both panels will feature leading scholars and authors discussing Franklin Roosevelt’s historic four presidential campaigns.

In addition to house seating, these programs will be webcast live (linked from the Library’s website) with online viewer participation. Registration is required. Call (845) 486-7745 for information. For a printable agenda visit the Roosevelt Library website’s events page at: http://www.fdrlibrary.marist.edu/publicprograms/calendar.html.

Franklin D. Roosevelt was elected to the presidency four times in the midst of the two greatest crises of the 20th century. Each campaign was unique, reflecting Roosevelt’s evolving vision for the Nation and its place in the world.

The first panel discussion, beginning at 1:30 p.m., will focus on FDR’s first two elections. His First and Second campaigns took place during the Great Depression. In 1932, he campaigned to bring a New Deal to the American people. The 1936 election was a referendum on Roosevelt’s vision of a progressive government playing an active and positive role in the American economy. This first panel will be moderated by Mary E. Stuckey, Professor of Communication, Georgia State University and author of “Defining Americans: The Presidency and National Identity.” Panelists will include Donald A. Ritchie, Historian of the United States Senate and author of “Electing FDR: The New Deal Campaign of 1932” and Gregory E. Geddes, Professor of History, State University of New York – Orange and specialist in the history and literature of labor and the American left.

The second panel, beginning at 3:15 p.m. will discuss FDR’s last two elections. During FDR’s Third and Fourth campaigns, the world was at war. In 1940, the major issues were Roosevelt’s run for a Third Term and whether America would remain isolationist. The 1944 campaign was the first wartime election since the Civil War, and a weary FDR ran for a Fourth Term in order to win the war and ensure the peace. This panel will be moderated by Richard Aldous, Eugene Meyer Professor of British History and Literature, Bard College and author and editor of nine books, including “Reagan and Thatcher.” Panelists will include Charles Peters, founder and former Editor-in-Chief, “The Washington Monthly” and author of “Five Days in Philadelphia: The Amazing ‘We Want Willkie!’ Convention of 1940 and How It Freed FDR to Save the Western World” and Stanley Weintraub, Professor Emeritus of Arts and Humanities, Pennsylvania State University and author of Final Victory: “FDR’s Extraordinary World War II Presidential Campaign.”


British Pressure

Towards the end of WW2, Britain looked to negotiate a peace that preserved a semblance of their colonial power while establishing themselves and America as clear Western leaders. Henry Wallace was basically against that entire sentiment.

He despised colonialism and wanted an inclusive international coalition. As Vice President, he argued that in addition to economic development aid for Asia, each current colonial area was entitled to self-determination. Britain’s Chief Intelligence Officer’s response was simple and direct. Wallace had to go. “I came to regard Wallace as a menace, he said. “I took action to ensure that the White House was aware that the British government would view with concern Wallace’s appearance on the ticket at the 1944 presidential election.”


2 antwoorden 2

There is an extensive Wikipedia article on the details of the selection process. Truman had become a national figure through his chairmanship of the Senate Special Committee to Investigate the National Defense Program which had saved $10-15 billion of the cost of WWII, by preventing inefficiency, waste and profiteering, at a cost of $360,000. It was clear that Truman could get things done, and with Roosevelt ailing, that was a valuable quality in a Vice-President.

Truman balanced Roosevelt's ticket in several important ways. First, he was a Senator (Roosevelt had been Governor of New York). He came from a poor background Roosevelt was a rich man trying to convince poor people that he was acting in their interests, against fellow members of his "class." Truman was someone who had "worked with his hands," at a time when most voters did so, and had niet been to college. Even so, Truman was "right" of (less radical than) FDR in his own party, not to mention Henry Wallace.

The geographical factor was not unimportant. Missouri, besides being a decent-sized state, was close to the geographical and cultural center of the country. It was a good answer to Will it play in Peoria? Basically, it was on the edge of both the Midwest and the South having been the "border state" nearest to Kansas before the Civil War. Roosevelt was rightfully confident about his ability to hold the key northeastern states of New York, Pennsylvania and New Jersey, but needed help in the Midwest Ohio, Michigan, Illinois, Wisconsin, and Missouri were close states (Dewey barely won the first one).


The 1944 Democratic National Convention erupted in cheers as Henry A. Wallace was renominated as Franklin D. Roosevelt’s vice president. With all the delegate’s votes tallied Wallace had won with 429 votes to the runner-up and then U.S Senator from Missouri Harry S. Truman’s 319 votes. The other 426 voters were split between seven other candidates. Jubilee filled the air as the Chicago Stadium’s PA system was commandeered in celebration to play the native Iowan’s campaign song “Iowa! That’s where the tall corn grows.”

The celebration was squashed by southern Democratic Party bosses who despised Wallace for his progressive platform calling for desegregation.

During a radio address, Wallace deplored segregation in the south when he declared, “I say our failure to live by the Constitution, our failure to abolish segregation strikes at the roots of America.”

Wanting to prevent Wallace the nomination for his strong desegregation stances the party seized the stage of the convention hall and halted the election. This gave party bosses enough time to make backroom deals and by the next day of the convention, they had coalesced around Harry S. Truman. An entire political machine transformed Wallace’s victory into a defeat resulting in 105 votes cast for Wallace and 1,031 votes for Truman. Party bosses stole the election and secured the vice presidency, which allowed Truman to become president after Franklin D. Roosevelt’s death from a lifetime battle with polio.

Wallace initially served on FDR’s cabinet as secretary of agriculture where he worked tirelessly to combat the ecological catastrophe of the Dust Bowl. An original new dealer who often was declared an enemy by segregationists and corrupt members of his own party because of his boldly progressive platform calling for the desegregation of public schools, strengthening unions, and the creation of a national health insurance program. All of which was forward-thinking especially for a man born in Iowa during 1888.

What got Wallace in the most trouble with wealthy elites was his prophetic warning and staunch hatred for fascism. Wallace characterized American fascists as “…one whose lust for money or power is combined with such an intensity of intolerance toward those of other races, parties, classes, religions, cultures, regions or nations as to make him ruthless in his use of deceit or violence to attain his ends.”

Strong declarations against fascism during a time when the United States was fighting Nazism abroad skyrocketed Wallace’s popularity and broadened his base to workers of all creeds, which would inspire him to run third-party in the 1948 presidential election. Wallace ran as the candidate for the newly formed Progressive Party and hoped to redeem himself by beating Truman. Wallace won 2.3 percent of the nationwide popular vote and his record as vice president remains overshadowed by his failed presidential bid.

The significance of Wallace’s story reflects on how the establishment of the Democratic Party has historically worked to keep progressives out of office. This can be shown during the 2020 Democratic Party presidential primaries on March 2, 2020, the day before Super Tuesday. Former candidates Beto O’Rourke, Amy Klobuchar and Pete Buttigieg all endorsed Joe Biden on the same day, at a time when Bernie Sanders had a 28.5 percent lead over Biden’s 20 percent. Super Tuesday swung in Biden’s favor and the entire primary followed.

It has been reported that President Barack Obama had called O’Rourke, Klobuchar and Buttigieg to personally request that they endorse Biden. Just like the party bosses that denied Wallace the nomination in 1944, the Democratic Party, unlike the Republican Party’s problems rallying around a candidate other than Trump in 2016, consolidated around one candidate to thwart off the risk of a progressive from winning the nomination. The parallel continues as Wallace famously delivered a message of unification in favor of a Roosevelt-Truman ticket similar to Sanders when he suspended his campaign and endorsed Biden.

Sanders concluded that Trump was such a dangerous threat to democracy that he had to endorse Biden. Sanders’ concerns surrounding the rise of authoritarianism echoes Wallace’s warning against fascism during his time and reflects the growing fears of Americans who observe as the current president engages in the actions of a despot.

When Fox News asked if Trump lost his reelection would he accept the results which he answered, “I’m not going to just say yes? I’m not going to say no.”

When a president refuses to accept the results of a free election and caters to nationalistic fevers, then that president is flirting with fascism. This blatantly open despotism has galvanized anti-fascist groups against Trump.

The name “Antifa” is borrowed from the 1930s group Antifaschistische Aktion which was formed with the objective of halting Nazism’s spread in Germany. Antifaschistische Aktion was forced to dissolve by Hitler when he rose to power and declared the group a danger to the state. The original Antifa’s termination and the Trump administration’s attempt to classify the modern Antifa movement as a threat to law and order are eerily similar to one another.

During the same time as Antifaschistische Aktion’s fight against Hitler, Wallace strongly cautioned against fascism at home. “If we define an American fascist as one who in case of conflict puts money and power ahead of human beings, then there are undoubtedly several million fascists in the United States.”

The 33rd Vice President’s words serve as a prophetic warning against the current rise of fascism in the United States and his clash with the Democratic Party’s establishment remains incredibly relevant sixty years later. Wallace’s legacy of bold progressivism, anti-racist and anti-fascist politics endures on.


Bekijk de video: Democratie in Nederland: van koninkrijk tot democratie (Mei 2022).